Waarom een AI-Gigafabriek nodig is en wat het energiesysteem eraan kan hebben
Afgelopen week begon met een kleine irritatie, toen De Telegraaf even vergat dat je als krant een neutrale positie dient in te nemen. De kop van het artikel waar ik over viel was: "Wopke Hoekstra onder zware druk: doorgaan op 'Timmermans-koers' óf de bescherming van de Europese industrie". Eerste zin van het artikel: "De Nederlandse industrie wordt gewurgd door hoge milieukosten."
Voor de wakkere krant is het blijkbaar evident dat het beleid van voormalige eurocommissaris Frans Timmermans leidt tot afbraak van de Europese industrie. Ik besloot mijn irritatie om te zetten in een LinkedIn-post, waarin ik uitleg dat de Europese industrie vooral last heeft van de hoge en volatiele prijzen van (fossiele) energie. Die post raakte een snaar: meer dan bijna 450 likes, 50 reacties, 20 reposts. Om vrolijk van te worden. De Telegraaf mag me vaker irriteren.
Maar ik vond het interessanter om me te verdiepen in de AI-Gigafabriek die Nederland wil bouwen. Daar is best veel weerstand tegen, en dat is begrijpelijk, maar toch denk ik dat het goed is wanneer Nederland zo'n fabriek bouwt.
Lees ter achtergrond deze explainer:
De AI-Gigafabriek en het Nederlandse energiesysteem
Laat me dat uitleggen. Nederland werd rijk van goedkoop gas. Niet alleen door de winning van het gas zelf, maar ook door alles wat gas mogelijk maakte: kunstmestfabrieken, tuinbouw (kassen), chemie, industrie. Een heel ecosysteem van bedrijvigheid werd mogelijk dankzij de beschikbaarheid van aardgas. Die energiebron was lange tijd een fundament voor economische ontwikkeling.
De snelweg van de eenentwintigste eeuw
Die tijd is voorbij. Rekenkracht is de basisinfrastructuur van de economie van de toekomst. Strategisch analist Ron Stoop van HCSS - The Hague Centre for Strategic Studies noemt het in de Studio Schumpeter-podcast de 'snelweg van de eenentwintigste eeuw'. Je kunt met paard en wagen over het grindpad blijven rijden, maar de bedrijvigheid vestigt zich langs het asfalt. Wie de infrastructuur voor AI niet aanlegt, ziet de startups, de onderzoekslabs en het talent neerstrijken waar die infrastructuur wel ligt. Nederlandse wetenschappers wijken nu al uit naar het buitenland omdat onze supercomputers verouderd zijn.
Natuurlijk zit daar spanning op. Want een AI-Gigafabriek heeft net zoveel elektriciteit nodig als een middelgrote of grote stad. Maar zo'n fabriek kan het energiesysteem ook iets teruggeven. Datacentra zijn nu al goed voor circa 30 procent van alle grote duurzame stroomcontracten (PPA's) in Europa. Ze maken de financiering van nieuwe windparken mogelijk die er anders niet waren gekomen. Bovendien kunnen ze restwarmte leveren voor woonwijken en kassen. En ze kunnen, met batterijen en verplaatsbare rekentaken, op- en afregelen wanneer dat vanwege netcongestie nodig is. Bovendien kan de noodstroomvoorziening ook worden ingezet voor het energiesysteem als geheel, niet alleen voor het datacenter zelf.
Het gaat niet vanzelf
Kunnen, want vanzelf gaat het niet. Afregelen kost rekencapaciteit en dus geld, en geen commerciële exploitant doet dat vrijwillig. Stoop noemde het een right to play: wie een aansluiting wil op een overvol stroomnet, moet meedoen aan congestiemanagement. Dat is een voorwaarde.
Als Nederland (en Europa) een rol wil blijven spelen tussen het rivaliserende Amerika en China, dan zullen we eigen AI-infrastructuur moeten bouwen. Anders worden we nog afhankelijker van andere continenten en steeds verder gemarginaliseerd. Laten we het dan op zo'n manier doen dat ook de energievoorziening er baat bij heeft, want ook op dat vlak moeten we de onafhankelijkheid bevechten.
Reacties ()