Wie in 2050 nog gas gebruikt, betaalt vier keer zoveel
De Autoriteit Consument & Markt waarschuwde deze week dat een gasaansluiting de komende decennia fors duurder wordt. Rond 2050 betaalt een gemiddeld huishouden vier keer zoveel als nu, van circa 200 euro per jaar nu, naar een kleine 800 euro in 2050. "Voor grote bedrijven die direct zijn aangesloten op het landelijke gastransportnet zullen de tarieven waarschijnlijk nog verder stijgen", aldus de toezichthouder.
Op zichzelf is deze ontwikkeling logisch. Een gasnet bestaat vrijwel volledig uit vaste kosten, en die worden over een steeds kleinere groep verdeeld. Bedrijven en huishoudens die verduurzamen en van het gas afgaan, die verlaten het net. Wie achterblijft, betaalt de rekening. Vandaar de stijgende tarieven.
Het transport en de distributie van aardgas zijn een monopolie. Niemand gaat een tweede gasnet aanleggen om te concurreren met Gasunie (hoofdnet) of de regionale netten van Alliander, Stedin en Enexis. Om afnemers te beschermen tegen de marktmacht van het monopolie houdt de ACM toezicht op de werking van de energiemarkt.
De toezichthouder bepaalt de maximumtarieven die de netwerkbedrijven mogen factureren. Die tarieven zijn gebaseerd op 'efficiënte kosten', zo schrijft Europese regelgeving voor. Een gasaansluiting van 800 euro in 2050 kan wellicht efficiënt zijn, burgers kunnen het nog steeds onbetaalbaar vinden.
De ACM onderkent het probleem. De toezichthouder schrijft dat het maar beperkt kan voorkomen dat de kosten van het gasnet steeds zwaarder drukken op huishoudens en bedrijven die aangesloten blijven. De toezichthouder kan de kosten wel anders over de tijd verdelen. Een mogelijkheid is een verwijderingsbijdrage voor huishoudens en bedrijven die hun gasaansluiting opzeggen. De ACM vindt dat echter onwenselijk, omdat zo’n heffing de overstap van aardgas naar duurzame energie kan afremmen.
Het kabinet en de Tweede Kamer hebben meer mogelijkheden om de rekening voor de achterblijvers te beperken, aldus ACM. Zo kan het Rijk de verwijderingsbijdrage uit de algemene middelen betalen. Zelf kan de ACM de afschrijvingstermijnen voor de investeringen in energienetten wat oprekken, maar een forse stijging van de aansluittarieven is daarmee niet te voorkomen.
De handen van de toezichthouder zijn kortom gebonden. Als de politiek de betaalbaarheid van een gasaansluiting wil garanderen, dan moet het zelf maatregelen nemen en niet naar de ACM kijken. Voor bedrijven en huishoudens die geen mogelijkheden hebben om te verduurzamen, omdat ze bijvoorbeeld vanwege netcongestie geen grotere aansluiting kunnen krijgen, is dit een wezenlijke discussie.
De ACM legt de bal in een vroeg stadium bij de politiek. Dat is slim. Erachter gaat een discussie schuil over de taakverdeling tussen de politiek en de toezichthouder. Als de politiek een energievoorziening wil die betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar is, dan zal het daar zelf beleid voor moeten ontwikkelen. Het Hof van Justitie omschrijft het werk van een energietoezichthouder als een technische en specialistische beoordeling van feitelijke omstandigheden. Saskia Lavrijssen, hoogleraar Governance van verantwoorde energietransities, noemt dat in de Studio Schumpeter-podcast een te makkelijke overweging. Kostenoriëntatie, non-discriminatie en efficiëntie zijn begrippen die op verschillende manieren zijn uit te leggen, met verschillende gevolgen voor verschillende consumenten.
De onafhankelijkheid van de ACM is geborgd in het Europese recht. Juist die borging maakt de politieke richting belangrijker, niet minder belangrijk. Een lidstaat mag algemene beleidslijnen geven, maar geen specifieke aanwijzingen. Waar die grens ligt, weet niemand precies. Ontbreekt de politieke richting, dan komt de toezichthouder in een vacuüm terecht en wordt min of meer gedwongen om zelf politieke keuzes te maken, aldus Lavrijssen.
De discussie over de onafhankelijkheid van de toezichthouder wordt verkeerd om gevoerd. Het risico is niet dat de politiek te veel stuurt, maar dat ze te weinig stuurt en de verdelingsvraagstukken doorschuift naar de toezichthouder, een instantie die daar geen democratisch of politiek mandaat voor heeft.
Reacties ()