Sleutelen aan het Europese klimaatbeleid
Afgelopen week verdiepte ik me in het ETS, het Europese emissiehandelssysteem. Vrijdag zou de Europese Commissie met een review komen. Die kwam er ook, maar tegelijk werd onverwacht een tweede plan aangekondigd: het Electrification Action Plan.
Eerst het ETS. De essentie van de wijzigingen: de industrie krijgt meer tijd en geld om te verduurzamen, zonder dat de klimaatambities verwateren. Om die ogenschijnlijk tegenstrijdige doelen met elkaar te verenigen, is een wirwar aan bureaucratische creativiteit nodig. Eurocommissaris Wopke Hoekstra sleutelt diep onder de motorkap van het klimaatbeleid. De belangrijkste versoepelingen: meer gratis rechten voor de industrie en een geleidelijke afbouw van het emissieplafond.
Die versoepeling is nodig omdat de concurrentiepositie van de Europese industrie achteruit kachelt. Verduurzaming is weliswaar een uitweg voor fossiele energie, die vanwege geopolitieke ontwikkelingen onzeker en duur is geworden. Maar het is wel een uitweg die veel geld kost.
Het resultaat is dat de Europese industrie pas na 2040 klimaatneutraal zal zijn, terwijl het emissieplafond oorspronkelijk rond 2039 op nul zou uitkomen. Daar staat tegenover dat meer sectoren onder het ETS komen te vallen, van afvalverbranding tot privéjets, en dat bedrijven én overheden verplicht meer moeten investeren in verduurzaming.
Voor ieder wat wils dus, en voor ieder wat te klagen. Milieuorganisaties spreken van een zwarte dag, de industrie van realisme, maar klaagt over gebrekkige randvoorwaarden. Als niemand echt tevreden is, betekent dat meestal dat het geen slecht compromis is. Jos Cozijnsen, expert op het gebied van emissiehandel, noemde het in de Studio Schumpeter-podcast van afgelopen vrijdag een gebalanceerd pakket. Kritische landen, die het ETS liefst bij het grofvuil hadden gezet, kwamen bedrogen uit. "ETS is here to stay", aldus Cozijnsen.
Lees ter achtergrond deze explainer:
Het ETS wordt herzien. Wat staat er op het spel?
Het elektrificatieplan was voor mij de verrassing van de dag. Inhoudelijk is het complementair aan het ETS-plan. Veel CO₂-reductie moet immers komen van de overstap van fossiele brandstoffen naar groene stroom, door industriële processen te elektrificeren, bijvoorbeeld door gasketels te vervangen door warmtepompen. Brussel wil het aandeel elektriciteit in het energieverbruik verdubbelen, van 23 naar 46 procent in 2040.
De groei van zonne- en windenergie was de afgelopen decennia indrukwekkend: 70 procent van de Europese stroom komt inmiddels uit schone bronnen (zowel hernieuwbaar als nucleair). Maar de ontwikkeling van de vraagkant bleef achter. Het elektrificatieaandeel staat al tien jaar stil. Goed dus om dat aan te jagen. Maar het blijft een intentie. De vraag is of vrijblijvende doelstellingen grootschalige investeringen vlottrekken.
En dan is er nog een ander probleem, zeker voor Nederland. Want als de elektrificatie wordt aangejaagd, dan worden we nog harder met de neus op de feiten van het overvolle elektriciteitsnet gedrukt.
Ik ben benieuwd naar je mening: is het Nederlandse stroomnet klaar voor een verdubbeling van het aandeel elektriciteit in 2040?
Reacties ()