Frankrijk komt met elektrificatieplan om fossiele afhankelijkheid te verminderen

Frankrijk komt met elektrificatieplan om fossiele afhankelijkheid te verminderen

De Franse premier Sébastien Lecornu heeft afgelopen vrijdag een nationaal elektrificatieplan gepresenteerd dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen moet verminderen en de energiesoevereiniteit van het land moet versterken.

Het plan richt zich volgens dit bericht op de website van Euractiv op uitbreiding van het binnenlandse elektriciteitsverbruik. Dat is mogelijk door het grote aandeel kernenergie in Frankrijk en door verdere groei van hernieuwbare elektriciteitsopwekking. Fossiele brandstoffen zijn momenteel nog goed voor ongeveer 60 procent van het energieverbruik in Frankrijk.

"Een land is pas echt vrij als het stand kan houden wanneer de wereld in beroering is", aldus Lecornu. Volgens hem moet Frankrijk zijn afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas terugdringen. "Zolang we afhankelijk zijn van olie en gas, blijven we betalen voor andermans oorlogen."

Om de omschakeling te versnellen, verdubbelt de regering de jaarlijkse overheidssteun voor elektrificatie: van 5,5 miljard naar 10 miljard euro in 2030. Het geld is bestemd voor woningbouw, transport, industrie en digitale infrastructuur.

Verbod op gasketels

Eind 2026 worden CV-ketels op aardgas in nieuwbouwwoningen verboden. Elektrische verwarming moet de standaard worden. Frankrijk bereidt hiervoor een grootschalige uitrol van warmtepompen voor, met als doel minimaal één miljoen installaties per jaar in 2030, mede mogelijk gemaakt door een subsidieprogramma.

In 2030 moet twee derde van alle nieuw verkochte auto's in Frankrijk elektrisch zijn (in Nederland is dit al circa 85 procent). Franse autofabrikanten worden verplicht hun productie van elektrische voertuigen op te voeren: naar 400.000 per jaar vanaf 2027, oplopend tot één miljoen per jaar in 2030.

Het bestaande sociale leasingprogramma wordt uitgebreid. Vanaf juni worden 50.000 elektrische voertuigen beschikbaar gesteld voor lage inkomens, en nog eens 50.000 voor middeninkomens die veel rijden — waaronder verpleegkundigen en vakmensen.