Groene energie, beter leven

Groene energie, beter leven

Het voelt bijna als een verplichting om een verhaal over de energietransitie te beginnen met de constatering dat het een grote en complexe uitdaging is. Dat is ook zeker niet gelogen. We hebben immers een groot en ambitieus klimaatdoel te realiseren. En de energietransitie is ook nodig om op de lange termijn brede welvaart te behouden en te vergroten. Klimaatneutraliteit in 2050 vraagt allerlei grootschalige veranderingen, zoals windparken op zee en verduurzaming van de industrie. Maar voor een geslaagde transitie is, naast de technische uitdagingen, ook aandacht nodig voor de rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten van deze transitie, zowel hier en nu, als elders en later.

In dit essay concentreer ik me op de energietransitie in de gebouwde omgeving.Waarom? Omdateen windmolen plaatsen en groene stroom opwekkenons     inmiddels aardig lukt, maar massaal CV-ketels op aardgas vervangen door warmtepompen op elektriciteit of wijken aansluiten op warmtenetten is een ander verhaal. Woningen en bedrijfspanden zijn de plekken waar mensen de meeste tijd doorbrengen, en waar ze fysiek en dagelijks geconfronteerd worden met de transitie. Binnen de verduurzaming van de gebouwde omgeving komt de weerbastige vraagkant duidelijk in beeld. De energietransitie in de gebouwde omgeving kan het draagvlak voor klimaatbeleid maken of breken, en is daarom van groot belang.

Comfort in huis

Om bredere lagen van de bevolking van de voordelen van duurzame energie te laten profiteren, moeten we de transitie niet meer alleen beschouwen als een systeemverandering voor het halen van klimaatdoelen, maar moeten we meer oog hebben voor de energierekening van huishoudens en het comfort in huis.

In de klimaatwet is vastgelegd dat de gebouwde omgeving in 2050 CO2-neutraal moet zijn. Door miljoenen huizen en andere gebouwen te verduurzamen en fossiel-vrij te maken, moeten we uiteindelijk vele megatonnen aan CO2-uitstoot reduceren.Dat     vermindert ookmeteen onze geopolitieke afhankelijkheid van energie. Het verduurzamen van gebouwen vraagt allerlei technische ingrepen, zoals isoleren, overstappen van aardgas op warmtepompen of warmtenetten, het plaatsen van zonnepanelen en meer. En dit vraagt weer allerlei grote systeemveranderingen, zoals het vernieuwen van ons elektriciteitsnet.

Wat ik interessant vind aan de energietransitie in de gebouwde omgeving is dat dit enerzijds een groot, abstract en strategisch verhaal over systeemverandering is, maar dat er anderzijds een hele praktische, menselijke kant in beeldkomt.Huishoudens en ondernemers worden nu geconfronteerd met de effecten van een transitie die al in gang is. Zij staan aan de lat voor een verduurzamingsopgave, maar lopen in de uitvoering tegen knelpunten aan. Dat is natuurlijk ook niet gek. Denk maar eens terug aan de laatste verhuizing of grote verbouwing waar je mee te maken had. Er moet een goede aanleiding zijn om zo’n grote klus te ondernemen. Zonder motivatie is het lastig om eraan te beginnen. Je moet uitzoeken hoe je de klus aanpakt, welke opties er zijn, bij wie je kunt aankloppen voor hulp, en waar je het geld vandaan kunt halen. Uiteindelijk moet je hetin de praktijk voor elkaar kunnen krijgen. Mensen zijn bang om verkeerde investeringen te doen en voelen zich klemgezet als er geen alternatieven zijn om uit te kiezen.

💡
Hoe zorgen we ervoor dat de energietransitie het leven van iedereen comfortabeler en betaalbaarder maakt, met klimaatwinst als vette bijvangst? - Kim Putters

Ondanks al deze belemmeringen staan Nederlandse burgers en ondernemers positief tegenover verduurzaming. Bijna drie op de vier Nederlanders vinden de energietransitie (zeer) belangrijk. De voordelen van verduurzaming van de gebouwde omgeving zijn voor huishoudens en ondernemers veel directer voelbaar dan een bijdrage aan een abstract klimaatdoel. Verduurzaming draagt direct bij aan betaalbaarheid van en grip op de energierekening, comfort, en de waarde van panden.

Verduurzaming van (de slechtste) huizen draagt zelfs bij aan gezondheid, verlaging van zorgkosten, vermindering van stress en het tegengaan van leerachterstanden. Ook voor ondernemers liggen er kansen; verduurzaming van bedrijfspanden biedt ook voor hen grip op (lagere) energiekosten, maakt de panden aantrekkelijk voor werknemers en klanten, en elke investering in verduurzaming van de gebouwde omgeving is een investering in de Nederlandse economie. De waarde van de energietransitie is dus evident, en manifesteert zich in vele dimensies van brede welvaart.

Menselijke uitdagingen en kansen

Willen we als samenleving de energietransitie laten slagen, dan is een mensgerichte en inclusieve aanpak onontbeerlijk. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste, hoewel klimaatdoelen de start waren van deze transitie, resoneren ze op dit moment maatschappelijk onvoldoende, en dragen ze minder bij aan het vergroten van het draagvlak voor de energietransitie. Ik zie dat mensen zich zorgen maken om stijgende energiekosten, waardoor het versnellen van de transitie vanwege louter klimaatdoelen zorgt voor een afname vanhet draagvlak.

Ten tweede lopen huishoudens en ondernemers tegen hele praktische uitdagingen aan die ze zelf niet of nauwelijks kunnen oplossen. Dat gaat over de eerdergenoemde uitdagingen, maar ook over het niet spreken van de taal, niet digitaal vaardig zijn, de weg naar subsidiesniet kunnen vinden of wantrouwen hebben tegen leningen en overheden. Hierdoor krijgen ze niet de ondersteuning voor verduurzaming die ze nodig hebben.

Ten derde zijn er huishoudens die vanwege zorgen om de energierekening in gezondheidsproblemen of een sociaal isolement raken. Ikken verhalen van jonge gezinnen en oudere alleenstaanden die de verwarming in de winter niet meer aanzetten, met alle negatieve gevolgen van dien; schimmelvorming, ziekte en het niet meer thuis uitnodigen van bezoekers.

Er is gelukkig ook een positieve kant. Het mooie van deze transitie is dat er kansen ontstaan vanuit de menselijke aanpak; de positieve energie. In allerlei straten en wijken zijn hele mooie collectieve initiatieven te vinden. Dat kunnen kleine dingen zijn, zoals ‘gluren bij de buren’, waarbij bewoners elkaar laten zien hoe zij hun huis hebben verduurzaamd. Er kunnen ook grotere samenwerkingsverbanden ontstaan. Denk aan buren die samen verduurzamen door tegelijkertijd zonnepanelen en warmtepompen te laten plaatsen, de lokale sportclub die verduurzaamt of ondernemers in het lokale winkelcentrum die samen een isolatieaanpak maken voor hun panden of meewerken aan laadpalen in de wijk.

💡
Als buren elkaar vertellen dat hun beter geïsoleerde huis comfortabeler is en zorgt voor lagere lasten, is dat overtuigender dan als het energiebedrijf of de gemeente dat doet - Kim Putters

Deze initiatieven van onderaf spelen een ontzettend belangrijke rol in de transitie. Als buren elkaar vertellen dat hun beter geïsoleerde huis comfortabeler is en zorgt voor lagere lasten, is dat overtuigender dan als het energiebedrijf of de gemeente dat doet. En samen overwin je obstakels meestal makkelijker dan alleen. Door samen te werken      is bijvoorbeeld het uitzoekwerk enhet gedoe beter te overzien.Collectieve verduurzamingsinitiatievenzijn onlosmakelijk verbonden met de sociale samenhang in een wijk. Het benutten van deze sociale aspecten en de gemeenschapszin kan een enorme impuls geven aan collectieve actiebereidheid, snelheid van en draagvlak voor de energietransitie in de gebouwde omgeving.

Ook zijn er talloze voorbeelden van lokale fixteams die bij de minst draagkrachtige huishoudens langsgaan om te helpen met kleine verduurzamingsstappen, zoals het plaatsen van tochtstrips en het aanbrengen van radiatorfolie. Zij komen vanuit de energietransitie bij huishoudens langs en helpenmensen ommeer grip te krijgen op hun     energierekening. Ook komen ze vaak meermaals langs bijhuishoudens, waardoorook structurele verbeteringen mogelijk zijn. Het is waardevol om de kennis en ervaringen van deze lokale initiatieven te laten landen in de collegezalen, boardrooms en ministeries.

Meer aandacht voor sociale aspecten

De energietransitie in de gebouwde omgeving komt in een nieuwe fase terecht. In de vorige fase werd vooral ingezet op kapitaalkrachtige huishoudens en ondernemers die (deels op eigen initiatief) investeerden in zonnepanelen en warmtepompen. In het beleid stond de vrijwilligheid van huishoudens voorop. De meeste subsidiemogelijkheden vroegen om een eigen investering, waardoor vooral kapitaalkrachtige burgers en ondernemers instapten. Door op deze manier een eerste markt aan te jagen, ontstonden leer- en opschalingseffecten.

Inmiddels verschuift de focus naar de grootschalige isolatie en verduurzaming van complete woonwijken.Daarmee worden veel meer huishoudens en ondernemers     onderdeel van de transitie. En zoals ik hierboven schetste, komt daarmee een grotere diversiteit aan menselijke uitdagingen in beeld. Naast de technische en fysieke uitdagingen, isvanaf nudaarom meer aandacht nodig voor de menselijke, sociale kant van de transitie. Dat betekent onder andere meer aandacht voor de rechtvaardigheid van het klimaatbeleid. Hoe kunnen mensen worden ontzorgd en meekomen? En zijn de kosten en plichten wel eerlijk verdeeld? Anders gezegd:hoe zorgen we ervoor dat de energietransitie het leven van iedereen comfortabeler en betaalbaarder maakt, met klimaatwinst als vette bijvangst?

Gezien het verloop van de transitie is het logisch omadaptief beleid tevoeren. De stap naar grootschalige uitrol vereist een andere aanpak, een andere financiering en dus ook een ander beleid ten opzichte van de vorige fase. Complicerende factor is dat de context voortdurend in beweging is. Denk maar eens aan de laatste (geo)politieke ontwikkelingen, met stijgende kosten en vragen over afhankelijkheden. Tegelijkertijd is koersvast, voorspelbaar beleid noodzakelijk om investeringen uit te lokken. Het vinden van een balans tussen stabiliteit en meebewegen is een grote uitdaging voor beleid.

Transitie levert brede welvaart op

Er zijn veel positieve kanten aan de energietransitie, zeker in de gebouwde omgeving. De transitie heeft de belofte in zich om het leven vanburgers en ondernemers comfortabeler en betaalbaarder te maken. Ik ben hoopvol over dit perspectief. De SER streeft zelf ook het bevorderen van brede welvaart na.

De transitie is en blijft groots, complex, onvoorspelbaar en lastig te sturen. Maar het begint ook tastbaar, voelbaar en zichtbaar te worden voor mensen. Natuurlijk brengt dat weerstand en kosten met zich mee. Maar als er geen weerstand was, zou dit ook geen echte transitie zijn; een echte transitie die ons fundamentele kansen biedt om goed voorouderschap te tonen naar toekomstige generaties.

Er ligt een belangrijke taak voor de overheid in hetaan de gang houden van deze transitie. Ik geef daarom graag een viertal overwegingen mee aan het kabinet. Deze     sluiten aan bij hetrecente SER-advies ‘Energie voor iedereen’.

In de eerste plaats moet beleid begrijpelijk zijn en dicht bij de mensen staan. Ik denk daarom dat het belangrijk is dat vanuit beleid nog meer de nadruk wordt gelegd op wat verduurzaming concreet oplevert. Dat motiveert mensen meer dan als er nadruk ligt op wat móet . Verduurzaming gaat onder andere om lagere en stabielere energielasten voor huishoudens en ondernemers, meer comfort en toekomstbestendige, waardevaste panden. De transitie vraagt veel van mensen. Daarom is ontzorging en duidelijkeinformatievoorziening cruciaal. Mensen hebben echt inzicht nodig in de kosten en hun energierekening om zich te kunnen verdiepen in de mogelijkheden om te verduurzamen, de logische momenten om dat te doen, en hoe en waar te beginnen.    

Ten tweede is het belangrijk expertise en instrumenten uit de fysieke en sociale domeinen samen te brengen, zowel op nationaal als op lokaal niveau.  De energietransitie in de gebouwde omgeving gaat niet alleen over techniek en isolatie, maar ook over armoede, gezondheid, werk en onderwijs. Dat betekent dat niet alleen de ministeries die over wonen en klimaat gaan betrokken moeten zijn, maar ook de ministeries verantwoordelijk voor sociale zekerheid, volksgezondheid, onderwijs en economie. Dat is nodig om maatregelen beter aan te laten sluiten bij hulpvragen rond schulden, gezondheid en scholing. Ook op gemeenteniveau kan door deze koppeling een integrale aanpak worden vormgegeven die bewoners de ondersteuning kan bieden waar behoefte aan is.

💡
De eigen haard is letterlijk goud waard - Kim Putters

In de derde plaats moeten we eerlijk zijn over de gevraagde inspanning en kosten. De eerdere nadruk op terugverdientijd van bijvoorbeeld zonnepanelen en warmtepompen is niet meer wenselijk. Verduurzamen kost geld, maar niet verduurzamenheeft     ook een prijskaartje, die in de toekomststeeds groter zal worden. Dit komt bijvoorbeeld door de stijgende netbeheerkosten als gevolg van het verzwaren van het elektriciteitsnet, maar ook door de stijgende kosten voor (aansluitingen op)het aardgasnet. Het beleidsverhaal moet dit uitdragen en de kosten van wel en niet verduurzamen zouden beter inzichtelijk gemaakt moeten worden voor huishoudens en ondernemers.

Tot slot: geef rechtvaardigheid concreet vorm. Het beleid zou mijns inziens moeten waarborgen dat er geen huishoudens en ondernemers achteropraken als gevolg van verduurzaming, zowel nu als in de toekomst. Voor kwetsbare groepen bestaat een zorgtaak. Allerlei soorten huishoudens zijn kwetsbaar en hebben beperkt handelingsvermogen, zoals gezinnen met lage inkomens in huurhuizen en alleenstaande ouderen in verouderde huizen. Hoewel er binnen het beleid de laatste jaren meer aandacht is gekomen voor rechtvaardigheid van klimaatbeleid, staan we nu op een belangrijk punt in de transitie. Het draagvlak voor verduurzaming dreigt af te nemen als de maatschappij klimaatbeleid als onrechtvaardig ziet. Rechtvaardigheid moet daarom worden verankerd in beleid.

Positieve duurzame energie

Natuurlijk is de energietransitie in de gebouwde omgeving niet alleen een opgave of verantwoordelijkheid van de overheid. Huishoudens, ondernemers en andere partijen hebben ook een rol te spelen. Ons adviesaan het kabinet sluit aan bij de ambities in het coalitieakkoord om verduurzaming van woningen prioriteit te geven, te zorgen dat de energierekening betaalbaar blijft en het zorgdragen voor de wijken met de grootste energiearmoede.Wij zijn en blijven bereid om onze rol op te pakken in deze transitie, bijvoorbeeld door mee te denken over de route naar 2050 en het versnellen van de uitvoering.

Verduurzaming van woningen en bedrijfsgebouwen is kortom cruciaal om draagvlak te creëren voor de volgende fase van de energietransitie. Dat vereist samenwerking van veel partijen: grote en kleine ondernemers, bewonersinitiatieven, fixteams en de politiek. Dat is langdurig proces en complex bovendien. Maar door het oog op de bal te houden kan Nederland deze transitie volbrengen. Dan kunnen alle Nederlanders de waarde van de energietransitie oogsten: comfortabele huizen, betaalbare energie, minder energiearmoede, en een samenleving die is voorbereid op een toekomst waarin fossiele brandstoffen schaarser, duurder en onzekerder worden. De eigen haard is letterlijk goud waard.

Kim Putters, voorzitter Sociaal Economische Raad

Dit essay kwam tot stand in samenwerking met Maikel Kishna, senior beleidsmedewerker SER


Dit essay is onderdeel van 'De waarde van de energietransitie', een essaybundel op initiatief van TenneT waarin een dozijn opinieleiders reflecteert op wat de energietransitie ons werkelijk oplevert. De bundel biedt een caleidoscopisch beeld van economische, geopolitieke en maatschappelijke waarde, en van de kloof tussen ambitie en uitvoering. Je kunt hier complete bundel als pdf doorbladeren.

Kim Putters, voorzitter Sociaal Economische Raad