Waarom de Hormuz-crisis anders is dan eerdere energiepaniek
De Straat van Hormuz is al weken geblokkeerd en energieprijzen stijgen. Toch reageert de markt opvallend kalm. Leon Stille legt uit waarom de huidige crisis fundamenteel anders is dan eerdere energieschokken, en waarom dat geen reden is om achterover te leunen.
De voortdurende sluiting van de Straat van Hormuz blijft enorm verstorend voor Europa en Nederland. Maar wie goed kijkt naar de huidige crisis ziet ook iets opvallends: de energiemarkt reageert, vooralsnog, relatief beheerst. Natuurlijk schommelen prijzen. Natuurlijk stijgen verzekeringspremies en nemen transportkosten toe. Maar de apocalyptische reacties die soms in talkshows, opiniestukken en op sociale media voorbij komen, zien we veel minder terug in het daadwerkelijke gedrag van producenten, handelaren en grote energiebedrijven. Dat is geen naïviteit. Dat komt omdat deze crisis fundamenteel anders is dan veel eerdere energiecrises waar Europa door werd overvallen.
De grote energiecrises van de afgelopen decennia hadden namelijk meestal één centraal kenmerk: belangrijke producenten wilden bewust niet meer leveren. Dat gold voor het olie-embargo van de jaren zeventig, waarbij olie expliciet als geopolitiek wapen werd ingezet. Dat gold ook voor de Russische gascrisis, waarin leveringen aan Europa steeds nadrukkelijker onderdeel werden van een politieke confrontatie. Zulke crises zijn economisch én psychologisch buitengewoon destabiliserend, omdat markten niet alleen bang zijn voor fysieke tekorten, maar vooral voor een structureel verlies van bereidheid om te leveren. Zodra energie een geopolitiek strafmiddel wordt, verdwijnt voorspelbaarheid uit het systeem.
Energie als geopolitiek wapen
En precies daar zit het grote verschil met de huidige situatie rond Hormuz. De producerende landen in de Golf willen namelijk helemaal niet stoppen met leveren. Integendeel. Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Koeweit en zelfs Iran hebben economisch enorme belangen bij stabiele exportstromen. Hun staatsinkomsten, begrotingen, investeringsprogramma’s en geopolitieke invloed draaien voor een groot deel op voortdurende energie-export. Anders gezegd: het probleem is momenteel veel minder een gebrek aan bereidheid om te leveren dan een verstoring van de omstandigheden waaronder geleverd kan worden. Dat lijkt misschien een semantisch verschil, maar economisch en geopolitiek is het enorm belangrijk.
Zelfs Iran - vaak neergezet als de ultieme verstorende factor - heeft uiteindelijk belang bij export, inkomsten en economische normalisering. Zeker in een scenario waarin onderhandelingen met de Verenigde Staten opnieuw ruimte zouden creëren voor gedeeltelijke sanctieverlichting, ligt het veel meer voor de hand dat Teheran probeert terug te keren als energieleverancier dan dat het langdurig inzet op totale ontwrichting van de mondiale oliemarkt. Ook de Golfstaten zelf staan bepaald niet te springen om een langdurige energieschok die hun relaties met Azië en Europa beschadigt.
Bereidheid versus omstandigheden
Dat betekent niet dat de risico’s klein zijn. Een militaire escalatie, schade aan infrastructuur of langdurige verstoringen van scheepvaart kunnen absoluut forse economische gevolgen hebben. Europa blijft kwetsbaar voor prijsschokken op internationale energiemarkten, zeker omdat olieprijzen nog altijd sterk psychologisch reageren op geopolitieke onzekerheid. Nederland voelt dat direct via brandstofprijzen, inflatie en industriële kosten. Bovendien kan langdurige onzekerheid investeringen vertragen en economische groei onder druk zetten.
Maar het betekent wél dat deze crisis een andere dynamiek heeft dan bijvoorbeeld de Russische gascrisis. Toen was er sprake van een steeds verder afbrokkelende politieke bereidheid om Europa überhaupt nog van energie te voorzien. Dat maakte de situatie fundamenteel instabiel, omdat markten geen geloofwaardig eindpunt meer zagen. In de Golfregio zien markten dat eindpunt voorlopig juist wel. Vrijwel alle betrokken partijen hebben uiteindelijk belang bij herstel van handelsstromen en een terugkeer naar een vorm van normaliteit.
Waarom de markt relatief kalm blijft
Dat verklaart ook waarom de markt tot nu toe relatief mild reageert. Handelaren kijken namelijk niet alleen naar raketten en krantenkoppen, maar ook naar onderliggende belangenstructuren. En die belangen wijzen nog steeds sterk richting hervatting van stabiele export. De energiemarkt heeft bovendien de afgelopen jaren geleerd om geopolitieke paniek iets rationeler te verwerken. Niet iedere dreiging leidt automatisch tot een structurele aanbodschok.
Dat betekent overigens niet dat we achterover kunnen leunen. Juist deze crisis laat opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa blijft voor mondiale energieverstoringen buiten zijn directe invloedssfeer. Zelfs wanneer producenten graag willen leveren, kunnen conflicten, maritieme risico’s en geopolitieke spanningen nog altijd enorme economische schade veroorzaken. Afhankelijkheid blijft afhankelijkheid, ook wanneer de leverancier vriendelijk blijft glimlachen.
Gisteren Rusland, vandaag Hormuz, morgen iets anders
En precies daarom verandert deze analyse niets aan de noodzaak van de energietransitie. Integendeel. Wie naar de crisis rond Hormuz kijkt en concludeert dat Europa voorlopig veilig zit omdat de prijzen weliswaar stijgen maar niet exploderen zoals tijdens de gascrisis van 2022, mist de bredere les. Het probleem is niet alleen vijandigheid van producenten. Het probleem is structurele blootstelling aan externe schokken waar Europa beperkte controle over heeft. Vandaag gaat het om Hormuz. Gisteren ging het om Rusland. Morgen kan het iets totaal anders zijn.
De echte strategische les is dus niet dat fossiele afhankelijkheid ineens weer comfortabel voelt omdat de Golfstaten graag willen exporteren. De les is dat energiezekerheid uiteindelijk vraagt om een systeem waarin Europa minder kwetsbaar wordt voor dit soort externe verstoringen, ongeacht de intenties van producenten.
De echte strategische les
Dat vraagt om dezelfde conclusie die ook bij eerdere crises steeds terugkeert: sneller investeren in elektrificatie, infrastructuur, flexibiliteit, opslag, duurzame productie en een robuuster energiesysteem. Niet uit idealisme alleen, maar uit geopolitiek eigenbelang. Zeker, als alternatief kunnen we ook weer de eigen fossiele productie opschalen in Groningen en de Noordzee. Maar zelfs bij een maximale technische productie is dit op z’n best een kleine opleving en een vertraging voor de echte oplossing; de energietransitie.
Want hoewel de huidige crisis rond Hormuz waarschijnlijk meer kans heeft om relatief snel terug te keren naar een vorm van business as usual dan veel doemscenario’s suggereren, blijft één werkelijkheid overeind: zolang Europa sterk afhankelijk blijft van mondiale fossiele handelsroutes, zullen gebeurtenissen duizenden kilometers verderop direct voelbaar blijven in Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven.
De crisis is dus serieus. Alleen niet op dezelfde manier als vroeger.
Leon Stille is energie-expert en verbonden aan onder meer Impact Hydrogen en het Mediterranean Platform (LinkedIn)
Reacties ()