Nederland heeft nog geen strategische oliereserves ingezet

Nederland heeft nog geen strategische oliereserves ingezet

Nederland heeft nog geen enkel vat strategische olie op de markt gebracht, bijna drie maanden nadat het kabinet in internationaal verband aankondigde dat te gaan doen. Dat bevestigt het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) desgevraagd. "In de huidige marktsituatie is inzet van strategische voorraden niet noodzakelijk om de leveringszekerheid in Europa te borgen", aldus een woordvoerder.

Op 11 maart maakte het kabinet bekend dat Nederland samen met ruim dertig landen olie uit de strategische voorraden zou vrijgeven, gecoördineerd door het Internationaal Energieagentschap (IEA). Het IEA besloot 400 miljoen vaten olie vrij te geven om de olieprijs te dempen, die door de blokkade van de Straat van Hormuz snel aan het oplopen was. Het was de grootste inzet uit de strategische reserves ooit. Nederland zou daarvan 5,36 miljoen vaten voor zijn rekening nemen, ongeveer 20 procent van de nationale voorraad. Het bleef echter bij die aankondiging. In de praktijk is er sindsdien nog niets verkocht.

Kruit droog houden

De reden is dat inzet gewoon nog niet nodig is, zegt een bron in de sector. Dat zou in overleg met marktpartijen duidelijk zijn geworden. Ook in de buurlanden is er geen krapte, zelfs niet voor kerosine. De strategische olievoorraden worden in Nederland beheerd door het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (Cova). "Cova houdt zijn kruit droog", vat de bron samen. "Maar ze gaan echt schieten als het moet."

Het ministerie stelt dat een ongerichte vrijgave niet automatisch leidt tot meer olie in Europa. Er is een reëel risico dat volumes wegstromen naar andere regio’s. "Weglek wordt gedreven door prijsverschillen tussen regio’s en de huidige marktdynamiek." Die potentiële weglek is het gevolg van arbitrage: handelaren kopen de olie waar die goedkoop is en verkopen op plekken waar de prijs hoger ligt. "Hoe sneller en groter de vrijgave, hoe groter het risico dat ingezette volumes niet landen in de Europese of Nederlandse markt."

Daarom kiest het kabinet niet voor een bulkvrijgave van olievoorraden, maar voor een gerichte strategie met vier elementen. Ten eerste gefaseerde vrijgave in kleinere tranches, om de ruimte voor arbitrage te verkleinen. Ten tweede spreiding in de tijd, zodat prijsverschillen niet in één klap worden uitvergroot. Ten derde nauwe afstemming met de sector, om de volumes zoveel mogelijk in de regio te houden. Ten vierde Europese coördinatie, zodat nationale acties elkaar niet versterken in het creëren van arbitragekansen.

Een bron in de sector noemt de argumentatie van het ministerie "theoretisch geneuzel voor de bühne". Volgens deze bron vindt de olie toch wel zijn weg naar de hoogste bieder. Voor de wereldmarkt is de vrijgave van strategische reserves hard nodig, stelt hij. Vanuit internationaal perspectief zou het van solidariteit getuigen als Nederland een deel van zijn voorraden op de markt zou brengen. Dat geeft namelijk verlichting, is het niet hier, dan elders.