Waarom de olieprijs laag blijft ondanks de sluiting van Hormuz

Waarom de olieprijs laag blijft ondanks de sluiting van Hormuz

Al tien weken is de Straat van Hormuz gesloten als gevolg van de oorlog met Iran. Dagelijks bereiken bijna 14 miljoen vaten olie de markt niet. Dat is circa 14 procent van de wereldproductie. Toch staat de olieprijs op 'slechts' 107 dollar per vat, ver onder de 150 tot 200 dollar die analisten voorspelden bij een langdurige blokkade van Hormuz. Hoe kan dat?

Vier factoren houden de prijs in bedwang, schrijft The Economist in dit artikel. Ten eerste hebben niet-Golfstaten de oliewinning en -export fors opgevoerd. De Amerikaanse olie-export ligt op een historisch hoogtepunt. De Amerikanen exporteren 3,8 miljoen vaten per dag meer dan een jaar eerder. Ook Canada, Venezuela, Noorwegen en Brazilië draaien de oliekraan verder open.

Ten tweede heeft China de import van olie met 6,6 miljoen vaten teruggeschroefd. Raffinaderijen putten uit eigen voorraden in plaats van dure olie op de spotmarkt in te kopen. Ten derde hopen handelaren nog steeds op een snel diplomatiek akkoord tussen de VS en Iran, wat de olieprijs drukt. En tot slot is er door hogere brandstofprijzen vraagdestructie opgetreden. Door al die factoren is er in feite geen tekort, maar zelfs een klein overaanbod van olie, aldus The Economist.

Maar de buffers slinken. Amerikaanse brandstofvoorraden dalen in recordtempo. Washington overweegt een exportverbod op geraffineerde olieproducten als kerosine en diesel. Zodra de geplande onderhoudsstops van raffinaderijen in China en Amerika eindigen, en de vraag naar olie weer aantrekt, dreigt de olieprijs alsnog hard op te lopen.