Het zuiverste silicium van Europa, als Brussel tenminste over de brug komt
De Groningse startup Resilicon is op jacht naar 900 miljoen euro om Europa's eerste duurzame fabriek voor polysilicium te bouwen, een belangrijke grondstof voor zonnepanelen en chips. De vraag is of het bedrijf zoveel geld weet op te halen bij publieke en private investeerders. Het is de lakmoesproef of Europa bereid is te betalen voor de strategische onafhankelijkheid die het zegt na te streven.
In een industriegebied bij Delfzijl moet over een paar jaar een chemisch complex van 25 hectare verrijzen dat in Europa zijn gelijke niet kent. De startup Resilicon telt op dit moment nog maar twaalf medewerkers, maar de ambitie is hoog. Het bedrijf wil er het zuiverste silicium van Europa maken. Het gaat om zogenoemd polysilicium, dat zuiver genoeg is om als grondstof te dienen voor de productie van zonnepanelen. Maar er kunnen ook wafers voor de chipindustrie van gemaakt worden. En het silaangas dat bij het productieproces vrijkomt is geschikt voor de fabricage van anodes van batterijen. De benodigde investering bedraagt zo'n 900 miljoen euro.
Of de fabriek er komt is onzeker. Dat hangt af van het ondernemerschap van de oprichters van Resilicon, maar ook van de vastberadenheid van de Europese politiek. Voegt ‘Brussel’ de daad bij het woord als het zegt strategisch onafhankelijker te willen worden?
De onzichtbare flessenhals
Het debat over zonne-energie gaat bijna altijd over panelen. Maar de echte afhankelijkheid zit een paar stappen eerder in de keten. Een zonnepaneel begint als kwarts, dat wordt geraffineerd tot polysilicium, vervolgens gegoten tot ingots, in flinterdunne wafers gezaagd, tot cellen verwerkt en ten slotte tot modules geassembleerd. In vrijwel elke schakel domineert China. Bij polysilicium gaat het volgens Resilicon om meer dan 85 procent van de wereldproductie, vertellen oprichter Gosse Boxhoorn en CEO Remco Rijn.
Boxhoorn, een veteraan in de zonne-energie, noemt het een politieke misvatting dat Europa klaar is omdat het ‘silicium en fabrieken’ heeft. Kwarts is in Europa weliswaar ruim voorhanden, zegt hij, maar na winning bedraagt de zuiverheid slechts 98 procent. Voor zonnecellen moet dat opgewerkt worden tot 99,9999999 procent (negen negens) en voor chips zelfs tot elf negens. De raffinagecapaciteit om dat te realiseren is in Europa beperkt tot één fabriek in Zuid-Duitsland, die vooral de chipindustrie bedient. “Zolang Europa zelf onvoldoende polysilicium maakt, blijft het afhankelijk van China”, aldus Boxhoorn.
Het verklaart waarom zelfs landen die fors in eigen productie investeren, zoals de Verenigde Staten en India, bij het verkrijgen van de grondstof nog altijd tegen China aanlopen. De flessenhals verschuift naar boven in de keten. Daar wil Resilicon dus iets aan gaan doen.
Twee visies op één probleem
Hoe Europa met die afhankelijkheid moet omgaan, is onderwerp van discussie. Aan de ene kant staat de school die zegt dat frontaal concurreren met Chinese massaproductie kansloos is. Adviesbureau Roland Berger bepleitte vorig jaar een "loose-brick"-strategie. Volgens de consultants is het beter om de productie van panelen grotendeels aan China over te laten. Europa kan zich beter richten op hoogwaardige niches waar het wél sterk is. Het gaat in die visie dan om dienstverlening, recycling van zonnepanelen en het ontwikkelen van nieuwe technologieën zoals perovskietcellen.
Ook Mario Draghi koos in zijn rapport over Europese concurrentiekracht voor selectiviteit: Europa moet China niet volledig buitensluiten, want het heeft die goedkope panelen nodig om de energietransitie te realiseren. Europa moet volgens de Italiaan wel werk maken van een minimumniveau van technologische soevereiniteit.
Aan de andere kant staat het kamp waarin Resilicon zich beweegt, samen met de Europese koepel van zonnefabrikanten ESMC. Hun pleidooi is juist om de waardeketen wél zelf op te bouwen, met behulp van tijdelijke importheffingen en gerichte subsidies. Brussel zou conform de ambities uit de Net-Zero Industry Act (NZIA) kunnen streven naar 40 procent ‘made in Europe’ zonnepanelen. CEO Remco Rijn wijst op de VS en India, die importtarieven voor buitenlandse zonnepanelen hebben ingesteld om eigen fabrieken een kans te geven. “Het gevolg daarvan is dat China zijn overschotten op de Europese markt dumpt. Dat ontmoedigt hier de investeringen”, zegt hij.
“Voor succesvolle innovatie heb je de hele waardeketen nodig en een gelijk speelveld”, vult Boxhoorn aan. “In China is de polysiliciumproductie grotendeels gebaseerd op steenkool, terwijl wij met windenergie werken. Bovendien vindt de productie daar plaats in de provincie Xinjiang. Dat moet je niet willen.” Volgens mensenrechtenorganisaties als Amnesty International worden er in Xinjiang op grote schaal mensenrechten geschonden, met name tegen de Oeigoeren.
Het geldprobleem
Europa wil de afhankelijkheid van China afbouwen. Resilicon speelt in op die herwaardering van de groene industrie. In de eerste fase haalde het bedrijf 14 miljoen euro op. Dat kwam van publieke investeerders als het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Groningen, ontwikkelingsmaatschappij NOM en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ook technologiepartners AMS en Fluor deelden mee in het risico.
Het bedrijf onderhandelt nu over een aanvullende financiering van 20 miljoen euro. Dat geld is nodig voor een gedetailleerd ontwerp van de polysiliciumfabriek, ‘tot op het niveau van de buisleidingen’, aldus Rijn. Een definitieve investeringsbeslissing voor de bouw van de fabriek, waar 900 miljoen euro voor nodig is, is er nog niet. Gecontracteerde afnemers of harde toezeggingen van private investeerders ontbreken vooralsnog. Wel zijn er intentieverklaringen voor zowel de afname van polysilicium als de kapitaalronde. Volgens Rijn tonen de Europese Investeringsbank, pensioenfondsen en banken belangstelling. KPMG begeleidt het traject.
Eind april kreeg het project de status van strategisch project onder de Net-Zero Industry Act, de Europese wet die de eigen productie van schone technologie moet aanjagen. Dat was een opsteker. Het is een steuntje in de rug, maar niet meer dan dat. Want die status verplicht overheden vooral tot snellere vergunningen en hulp bij investeringen, maar niet tot de investeringen zelf. Resilicon is blij met de NZIA-status, zegt Rijn, maar je moet, zo verzucht hij, in feite ‘twee keer door dezelfde hoepel springen’: eerst de status binnenhalen, daarna alsnog zelf de financiering regelen.
Dat schuurt met de retoriek uit Brussel en Den Haag. Toen het kabinet chipmachinemaker ASML aan Nederland wilde binden, lag er via het Beethoven-project ruim twee miljard euro op tafel. Voor een grondstoffenfabriek die zich richt op het Europese mantra van strategische autonomie, is de overheid een stuk terughoudender. De oproep van Boxhoorn en Rijn is dan ook onomwonden: maak een keuze en kijk breder in de chipketen.
Kan het tegen China op?
De politiek-economische vraag is of de Resilicon-fabriek de Chinese prijsdruk overleeft. Die druk werkt subtieler dan vaak gedacht. China exporteert nauwelijks polysilicium naar Europa, het verwerkt de grondstof grotendeels binnenlands tot panelen. De mondiale prijs wordt gedrukt door Chinese overcapaciteit, waartegen een Europese producent het moet opnemen. Door de goedkope import van Chinese zonnepanelen zijn de Europese zonnecel- en zonnepanelenfabrieken bijna allemaal weggevaagd. Dat waren juist de bedrijven die Resilicons polysilicium zouden afnemen. Een grondstoffenfabriek zonder keten eromheen heeft geen afzetmarkt.
Boxhoorn en Rijn rekenen erop dat Europa zes tot zeven jaar nodig heeft om die keten op te bouwen. Op de variabele kosten kan Resilicon de concurrentie naar eigen zeggen aan. Het productieproces verbruikt veel minder energie, de fabriek zit dicht op de markt en de grondstof is goed te vervoeren. Polysilicium is bovendien geen bulkgoed maar een 'performance chemical', benadrukt Boxhoorn. Klanten kijken niet alleen naar prijs, maar ook naar kwaliteit, leverbetrouwbaarheid, CO2-uitstoot en, nu het op de lijst kritieke grondstoffen staat, naar de weerbaarheid van de keten. Maar het opbouwen van die keten kost geld, erkent Rijn.
De crisis in de Chinese zonne-industrie - faillissementen, overcapaciteit - wordt door sommigen gezien als een teken van zwakte. Maar zowel Draghi als analisten van denktank Ember zien er de eerste tekenen in van een gezonde consolidatie. Zwakke spelers vallen af, de sterkste blijven over. Komt China daar straks goedkoper én sterker uit. Schaadt dat de kansen voor een Europese nieuwkomer als Resilicon? Boxhoorn meent van niet. Door de consolidatie zal de prijsdumping stoppen en zullen er ‘eerlijkere prijzen’ worden gerekend. “Dat is in het belang van Europese spelers als Resilicon.”
Waarom Groningen
Dat de fabriek in Delfzijl moet komen, is geen toeval. Er is ruimte, er ligt een chemisch industrieterrein, en er komt veel windstroom vanuit zee aan land. Resilicon hoopt met een afnamecontract (een zogenoemde PPA: Power Purchase Agreement) de bouw van een windpark mede mogelijk te maken. Met chemiebedrijf Nobian wordt samengewerkt aan de benodigde chloridechemie. Er ontstaat, in de woorden van het bedrijf, een nieuw chemiecluster. “Silicium is het nieuwe staal”, vat Boxhoorn die visie samen. “Polysilicium is een basismateriaal voor zonnepanelen en chipfabricage. Maar de gassen die vrijkomen bij de silicium-productie kunnen ook weer gebruikt worden om batterijen te maken.”
Op vol vermogen, bij een jaarlijkse productie van 26.000 ton, zou de fabriek zo'n 250 mensen direct werk geven en circa 700 indirect.
Resilicon kan zijn ontwerp afmaken en zijn vergunningen aanvragen. Maar of Europa's eerste duurzame polysiliciumfabriek er komt, hangt af van de vraag of Den Haag en Brussel hun woorden over strategische autonomie kracht bijzetten. Handelsmaatregelen en wetgeving als de koolstofgrensheffing CBAM en de NZIA zijn volgens Boxhoorn niet genoeg. Er is ook financiële steun nodig. Welke publieke en private investeerders leggen 900 miljoen euro op tafel?
Zonder zekerheid over bescherming van de markt zullen investeerders niet instappen. “We moeten samen met investeerders en kennisinstituten de verantwoordelijkheid nemen om een innovatie-agenda vorm te geven en een nieuwe industrie op te zetten”, zegt Rijn. Zonder het nemen van die verantwoordelijkheid blijft de NZIA-status een symbool. Een succes van Resilicon zegt veel over de ondernemers die erachter zitten, maar het is vooral ook een lakmoesproef voor de Europese industriepolitiek.
Reacties ()