Het klimaat bepaalt onze toekomst, en ons energiesysteem

Het klimaat bepaalt onze toekomst, en ons energiesysteem

Extreem weer veroorzaakt wereldwijd steeds vaker rampen. Klimaatwetenschappers waarschuwen er al jaren voor. Als directeur van het KNMI is het mijn taak om weer- en klimaatrisico's in kaart te brengen. Diezelfde kennis over weer en klimaat is onmisbaar voor de energietransitie, die deze rampen moet voorkomen.

Mijn ergste nachtmerrie is dat ik als KNMI-directeur in de situatie zou komen als bij de hevige regenval en de overstromingen in de Ahrvallei in Duitsland in juli 2021, waarbij honderden doden vielen. Dezelfde extreme buien raakten toen ook dorpen in de Ardennen en Limburg. Mijn Duitse collega’s zagen de regen aankomen, maar het lukte niet meer om schade en slachtoffers te voorkomen. Zulke weersextremen zijn veel waarschijnlijker geworden door klimaatverandering. De schade van de extreme bui in Nederland was zo’n half miljard euro, in Duitsland zelfs 5 miljard euro.

Bij het KNMI is onze eerste verantwoordelijkheid om risico’s met betrekking tot weer, klimaat en seismologie in de gaten te houden. En die risico’s zien we snel veranderen. Niet alleen als hypothetisch perspectief voor een verre toekomst, maar als huidige realiteit. De risico’s op schade en leed als gevolg van extreem weer nemen toe, en zullen verder stijgen bij toenemende opwarming van het klimaat.

De relatie van het KNMI met de energietransitie is tweeledig. Ten eerste is energietransitie het fundament onder het tegengaan van verdere opwarming en bijbehorende schade. Onze waarnemingen tonen hoe hard de opwarming al gaande is. Onze klimaatscenario’s laten zien wat er nog op het spel staat.

Maar er is een tweede kant: weer en klimaatverandering raken ook de energietransitie zelf. Juist om zon en wind optimaal in te kunnen zetten, moeten we ook weten wat we kunnen verwachten en hoe we omgaan met de kansen en uitdagingen van nieuwe energie.

Klimaatverandering is niet meer een verre toekomst

Ons beeld bij klimaatverandering is vaak nog iets van de verre toekomst. Onze eigen KNMI’23 klimaatscenario’s richten zich bijvoorbeeld vooral op 2050, 2100 en 2150. De grote veranderingen die we tegen die tijd verwachten zijn uiteraard relevant voor langetermijninvesteringen en keuzes in ruimtelijke inrichting, en uiteraard ook om keuzes te maken over onze uitstoot van broeikasgassen.

Maar die focus op de verre toekomst leidt soms ook de aandacht af van de realiteit van vandaag: we leven ook nu al in een flink veranderd klimaat.

Dat zien we ten eerste in de temperatuur. Onze metingen laten zien dat de afgelopen 11 jaar de 11 warmste ooit zijn geweest sinds het begin van de metingen; het afgelopen jaar was wereldwijd het op drie na warmste jaar ooit. Inmiddels is vrijwel zeker dat we de grens van 1,5°C opwarming uit het Akkoord van Parijs gaan overschrijden en we dus te maken krijgen met stevige extra risico’s. Maar ook boven die afgesproken grens telt iedere tiende opwarming. Het is van groot belang om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen om zo veel mogelijk schade en leed te beperken.

 Want klimaatverandering beperkt zich niet tot alleen die opwarming. Klimaatverandering zien we ook in een versnellende zeespiegelstijging, maar is vooral ook al voelbaar in de extremen, zoals intensievere neerslag, frequentere en hetere hittegolven, droogtes en toenemende kans op natuurbranden.

💡
Het is mijn taak om de samenleving te waarschuwen voor de ernstige en ontwrichtende gevolgen van klimaatverandering - Maarten van Aalst

 Er zijn talloze voorbeelden van extreem weer. In 2024 was er een overstroming in Valencia. En ook afgelopen zomer zagen we de hittegolven die enorm toegenomen zijn, soms met duizenden of zelfs (in 2003) tienduizenden doden tot gevolg. Ook Nederland ontspringt deze dans niet. Zo komen hittegolven zoals die van augustus 2025 dankzij klimaatverandering vijf keer vaker voor dan vroeger (1901). Het zijn allemaal voorbeelden van weersextremen die snel erger worden en waar we kennelijk onvoldoende op voorbereid waren. Ik beschouw het als mijn taak en verantwoordelijkheid om de samenleving te waarschuwen voor de ernstige en ontwrichtende gevolgen van klimaatverandering. Onze recente publicatie Een Extreem Rapport laat zien welke plausibele extremen we nu al kunnen verwachten.

Dat zijn dus nu al reële risico’s, vandaag, hier in Europa en in Nederland. En dan heb ik het nog niet eens over het enorme aantal mensen dat elk jaar getroffen wordt in de kwetsbaarste landen. Voor ik bij het KNMI kwam, werkte ik vooral daar, onder meer voor de Wereldbank en voor het klimaatcentrum van het internationale Rode Kruis. Die landen zijn nog vele malen kwetsbaarder voor extremer weer dan wij in Nederland, terwijl ze vaak nauwelijks hebben bijgedragen aan de oorzaken van klimaatverandering.

Aanpassing én mitigatie essentieel

Er is dus werk te doen om ons aan te passen aan het veranderende klimaat. Dat kan door bij de ruimtelijke inrichting en de investeringen in infrastructuur of landbouwsystemen rekening te houden met de veranderende omstandigheden. Maar ook, zoals hierboven al genoemd, door te investeren in early warning systemen, om niet verrast te worden door weersextremen die we soms nog nooit eerder gezien hebben, maar die nu steeds waarschijnlijker worden. Juist dan moeten we weten wat ons te doen staat om schade en lijden te voorkomen. Early warning wordt belangrijker dan ooit.

We stellen alles in het werk om onze laaggelegen delta veilig te houden bij een stijgende zeespiegel. We doen er alles aan om zowel met langere droogte als hevigere piekbuien om te gaan. En we doen er ook alles aan om onze vergrijzende bevolking te helpen om te gaan met heftiger hittegolven. Juist door al die inspanningen zien we dat er grenzen zitten aan wat we kunnen doen.

De rekening van alle voorbereidingen zal dramatisch oplopen. En er komen steeds meer situaties in beeld waar aanpassing simpelweg niet meer mogelijk is. Er is niet eindeloos ruimte om dijken op te hogen. We kunnen op een gegeven moment niet langer tegelijkertijd extreme droogtes en zwaardere piekbuien opvangen. En dat is dan de oplopende uitdaging in Nederland, in veel landen in de wereld presenteert de rekening zich nog sneller, niet alleen in euro’s maar ook in levens. Steeds meer ecosystemen zullen de veranderingen niet kunnen bijbenen, te beginnen met de koraalriffen in de oceanen, maar ook op allerlei plekken zullen we kwetsbare natuur simpelweg verliezen. Ook vergroten we bij elke tiende graad opwarming de kans op het overschrijden van gevaarlijke kantelpunten in het klimaatsysteem.

💡
Het is geen keuze tussen het aanpassen aan extreem weer en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Elke tiende graad minder opwarming doet ertoe - Maarten van Aalst

En daarom is er dus geen of/of maar en/en. Het is geen keuze tussen het aanpassen aan extreem weer en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Elke tiende graad minder opwarming doet ertoe. Dat verkleint de risico’s op extreem weer en de maatschappelijke kosten daarvan. De kans op een bui als in Limburg in 2021 is bij 2 graden opwarming nog 20 tot 40 procent groter dan in het klimaat van de afgelopen jaren.

De energietransitie is de meest effectieve manier om die oplopende schade te voorkomen. Het is goedkoper om onze uitstoot te reduceren dan gedwongen te zijn tot steeds verdergaande aanpassingen aan het veranderende klimaat. En zeker veel goedkoper dan het accepteren van de steeds verder oplopende rekening van de gevolgen: zowel de fysieke risico’s en directe schade aan onze eigen economie, maar ook de schade aan ecosystemen, die zich steeds vaker niet meer zullen kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. De energietransitie is de slimste en goedkoopste keuze. En die transitie is bovendien al stevig van start, want door de opmars van duurzame energie dalen de CO2-emissies in Europa en heeft China inmiddels zijn piek bereikt.

Het belang van kennis over weer en klimaat voor de transitie

 Gelukkig is er daarom naast de zorgwekkende berichten over de voortschrijdende klimaatverandering ook ruimte voor een voorzichtig optimistisch perspectief. Voor het Parijsakkoord van 2015 lag de wereld op koers richting circa 4 °C opwarming tegen het einde van deze eeuw. Dankzij internationale klimaatmaatregelen is dit scenario bijgesteld naar een huidige koers van ongeveer 2,6 °C. Dat is nog steeds ver boven het Parijsdoel van ‘ruim onder de 2 °C en mikken op 1,5 °C’, maar de voortgang laat zien dat beleid en actie daadwerkelijk effect hebben.

 De transitie naar hernieuwbare energie uit zon, wind en water vormt een van de belangrijkste pijlers van de positieve kant van deze ontwikkeling. Hier ontstaat een interessante wisselwerking: de energietransitie is nodig om klimaatverandering te beperken, en tegelijkertijd maakt diezelfde transitie het energiesysteem sterk afhankelijk van het heersende weer en klimaat. Die afhankelijkheid zal de komende decennia alleen maar toenemen, door de verdere groei van zonne- en windenergie in Nederland. Voor een efficiënt verloop van de energietransitie is nieuwe kennis en samenwerking nodig. Vanuit die gedachte onderzoeken KNMI en TenneT samen de interacties tussen weer, klimaat en het energiesysteem.

 Het KNMI heeft diepgaande kennis van het weer, in het bijzonder wind en zon. En hiermee willen we graag bijdragen aan die transitie en aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Dat is natuurlijk vele malen beter dan dweilen met de kraan open. Onze weersverwachtingen worden bijvoorbeeld dagelijks door allerlei bedrijven gebruikt om het gebruik van hernieuwbare energie te optimaliseren, waardoor de transitie sneller en efficiënter verloopt. Als bijvoorbeeld van tevoren duidelijk is dat een zonnepark een zonnige dag te wachten staat, dan kunnen andere vormen van energieopwek mogelijk worden afgeschaald. Zo maximaliseren we de duurzame opwek en blijft de balans op het stroomnet op orde.

💡
Duisterluwte is niet langer een meteorologische curiositeit, het is een veiligheidsprobleem voor de energievoorziening van miljoenen mensen - Maarten van Aalst

 Een mooi voorbeeld van deze wisselwerking is Dynamic Line Rating. De transportcapaciteit van hoogspanningslijnen wordt onder andere beïnvloed door de temperatuur van die lijnen. Als lijnen warm worden gaan ze doorhangen, en kunnen ze gevaarlijk dicht in de buurt komen van obstakels als bomen. Om dit te voorkomen wordt de transportcapaciteit beperkt, zodat de temperatuur niet teveel oploopt. Als de lijnen dankzij gunstige weersomstandigheden extern gekoeld worden (door lage temperatuur, wind, of weinig zonnestraling), dan is de capaciteit van een lijn hoger. De weersverwachtingen van het KNMI worden gebruikt om deze extra transportruimte te bepalen. Hierdoor kan bij gunstige omstandigheden tot wel 30 procent extra ruimte op het stroomnet vrijkomen, puur door slim om te gaan met de weersomstandigheden en zonder het stroomnet uit te hoeven breiden.

 Een bijkomend voordeel: juist wanneer het hard waait en de elektriciteitsproductie uit wind hoog is, zorgt diezelfde wind voor extra koeling van de lijnen. Dan is er dus meer transportcapaciteit beschikbaar voor die windenergie. Deze voordelen spelen niet alleen op korte termijn via weersverwachtingen, maar ook in de planningsfase van het stroomnet, jaren vooruit. Door slim gebruik te maken van de seizoensvariaties in temperatuur, zon en wind komt er structureel extra transportcapaciteit vrij.

 Ook duisterluwte is ‘extreem weer’

 Tegelijkertijd brengt de transitie naar zonne- en windenergie ook uitdagingen met zich mee. Vooral ‘s winters kan het soms langdurig bewolkt en vrijwel windstil zijn, een weertype dat we duisterluwte noemen (naar het Duitse Dunkelflaute). Tijdens een duisterluwte wordt er weinig hernieuwbare energie opgewekt, soms in heel West-Europa tegelijk. Als het dan tegelijkertijd ook nog koud is, waardoor de vraag naar elektriciteit hoog is, dreigen er in het energiesysteem van na 2030 problemen rondom leveringszekerheid te ontstaan. Dit weertype was vanuit het KNMI bezien tot voor kort vrij ‘saai’, maar met de voortgaande energietransitie is duisterluwte een nieuwe vorm van extreem weer.

 TenneT onderzoekt dit soort omstandigheden jaarlijks in de Monitor Leveringszekerheid met een focus op het energiesysteem. Voor Een Extreem Rapport onderzochten KNMI en TenneT in 2025 samen de meteorologie achter een extreme duisterluwte, en de impact ervan op de energievoorziening. Kennis van dit soort risico’s en de onderliggende weersomstandigheden is essentieel om aan het stroomnet van de toekomst te bouwen. In de ideale situatie kan het stroomnet meebewegen met het weer en een betrouwbare energievoorziening faciliteren.

 Ook onderzoek naar ‘regulier’ extreem weer blijft belangrijk. Voorbeelden van relevante en open onderzoeksvragen zijn: veranderen valwinden door klimaatverandering? Die extreme windstoten die soms optreden bij onweersbuien kunnen hoogspanningsmasten omverblazen. Hoeveel en hoe sterke valwinden kunnen we in de toekomst verwachten? Hoe sterk moeten de hoogspanningsmasten van de toekomst zijn om dat soort extreme windsnelheden aan te kunnen? Maar ook: hoe extreem kunnen hittegolven in de toekomst worden, en wat is hun impact op de werking van energie-infrastructuur zoals transformatoren?

Klimaat en energie: onlosmakelijk verbonden

Het weer was altijd al bepalend voor ons leven in de delta. Maar de combinatie van een veranderend klimaat en een energiesysteem dat steeds afhankelijker wordt van zon en wind, maakt die relatie ingrijpender dan ooit. Toenemende hitte raakt onze levens en de natuur, maar ook onze infrastructuur en vraag naar elektriciteit. Duisterluwte is niet langer een meteorologische curiositeit, het is een mogelijk veiligheidsrisico voor de elektriciteitsvoorziening van miljoenen mensen.

Dat vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerking, onder meer tussen wetenschap en industrie. Niet als bijzaak, maar als voorwaarde voor een betrouwbare energietransitie. De samenwerking tussen KNMI en TenneT is daarvan een goed voorbeeld. De ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst vraagt om een brede toepassing van kennis over weer en klimaat.

Ik begon dit essay met mijn ergste nachtmerrie: extreem weer te zien aankomen, maar er niets meer aan te kunnen doen om een ramp te voorkomen. Maar er is ook een droom. Een energiesysteem dat niet alleen klimaatneutraal is, maar ook weerbaar. Een systeem dat slim genoeg is om mee te bewegen met het weer, en robuust genoeg om de toenemende extremen aan te kunnen in ons veranderende klimaat. En daarmee een essentiële bijdrage levert aan het voorkomen van de rampen van de toekomst.

Maarten van Aalst, hoofddirecteur KNMI

Dit essay kwam tot stand in samenwerking met onderzoekers Bram van Duinen  en Rubert Konijn van KNMI


Dit essay is onderdeel van 'De waarde van de energietransitie', een essaybundel op initiatief van TenneT waarin een dozijn opinieleiders reflecteert op wat de energietransitie ons werkelijk oplevert. De bundel biedt een caleidoscopisch beeld van economische, geopolitieke en maatschappelijke waarde, en van de kloof tussen ambitie en uitvoering. Je kunt hier complete bundel als pdf doorbladeren.

Maarten van Aalst, hoofddirecteur KNMI