De energietransitie is complexer, maar relevanter dan ooit
Het Rotterdamse havengebied is geen plek voor abstracte debatten. Hier gaat het over investeringen van miljarden euro's, over de toekomst van tienduizenden arbeidsplaatsen en over de vraag op welke brandstoffen de schepen van morgen zullen varen. Als CEO van het Havenbedrijf Rotterdam zie ik van dichtbij hoe de energietransitie zich in de praktijk ontvouwt met al haar kansen, tegenstrijdigheden, successen en vertragingen. En wat ik zie, stemt me hoopvol én ongeduldig. Want de waarde van de transitie is enorm. Maar die waarde verzilvert zich niet vanzelf.
Als je de haven van Rotterdam bezoekt, zie je hoeveel er momenteel aan het veranderen is. Er zijn indrukwekkende werkzaamheden gaande voor de verzwaring van het elektriciteitsnet. Op de Maasvlakte verrijzen twee grote electrolysers die groene waterstof maken en het eerste stuk van het Nederlandse waterstofnet is gereed. De bouw van het compressorstation van het Porthos-project, voor de afvang en opslag van CO₂, is in volle gang. We zien investeringen op het gebied biobrandstoffen, recycling van plastics en andere verduurzamingsinitiatieven. Alle containerterminals krijgen de komende jaren walstroom en het gebruik van schone en duurzame scheepsbrandstoffen is in opkomst.
Kortom: over het hele spectrum van de energietransitie is de Rotterdamse haven volop uit de startblokken gekomen. Projecten om van fossiele naar minder CO₂-intensieve energie over te stappen worden nu gerealiseerd. Maar tegelijkertijd worden ook investeringsbeslissingen in verduurzaming uitgesteld. Helaas zijn zelfs verschillende projecten tijdens de bouwfase stopgezet. Dat heeft alles te maken met een minder gunstig investeringsklimaat. De beperkte stikstofruimte, lange vergunningprocedures, netcongestie en hoge energiekosten leiden tot onzekerheid bij bedrijven. Kunnen zij hun investering wel terugverdienen?
Die onzekerheid over de business case wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat we allerlei positieve effecten van de energietransitie niet in geld uitdrukken en bedrijven er niet aan kunnen verdienen. Terwijl zaken als schonere lucht en leveringszekerheid van energie van grote waarde zijn voor de samenleving. Die positieve effecten zouden voor de samenleving (overheid, bedrijven, burgers) extra redenen moeten zijn om de transitie in hoog tempo door te zetten. Naast natuurlijk de belangrijkste reden: het afremmen van klimaatverandering zoals vastgelegd in het verdrag van Parijs.
Klimaatschade wacht niet
Laat ik vijf redenen noemen om de transitie een impuls te geven. In de eerste plaats moeten we klimaatverandering afremmen. Dat kan niet vaak genoeg herhaald worden. Klimaatverandering is niet een abstract fenomeen dat zich in de toekomst zal manifesteren. Wereldwijd zijn weersextremen aan de orde van de dag. Klimaatschade neemt toe, waarschuwen grote verzekeraars. Talloze onderzoeken geven aan dat hoe langzamer de energietransitie plaatsvindt, hoe groter de maatschappelijke kosten zijn op lange termijn. Hoewel de transitie gepaard gaat met grote onzekerheden, en het onvermijdelijk is dat we als samenleving achteraf gezien verkeerde keuzes maken, is er geen alternatief. Het uitstellen of vertragen van de energietransitie tot alles duidelijk is, is geen optie.
Schonere lucht, stillere kades
In de tweede plaats zorgt het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen voor schonere lucht en minder geluid. Minder NOx, SO2 en fijnstof heeft een direct effect op de luchtkwaliteit en dus de gezondheid van mensen. Batterijen en elektrische motoren zijn stiller dan dieselaggregaten en verbrandingsmotoren. En als die laatste onvermijdelijk zijn zoals bij de scheepvaart, dan zorgt het gebruikt van hernieuwbare brandstoffen zoals groene ammoniak voor minder emissie van schadelijke stoffen. Vlakbij het dorp Rozenburg liggen regelmatig grote offshore kraanschepen. Een aantal daarvan wordt sinds een paar jaar aangesloten op het elektriciteitsnet als ze aan de kade liggen, zodat de dieselgeneratoren niet aan hoeven. Het positieve gevolg: minder klachten over geluidsoverlast.
Minder afhankelijk, meer autonoom
Ten derde werken we met een energiesysteem op basis van hernieuwbare energie aan een betere leveringszekerheid en strategische autonomie. Met het sluiten van het Groninger gasveld is Nederland in korte tijd veel afhankelijker geworden van de import van energie. De tijd van toenemende vrijhandel lijkt achter ons te liggen, in ieder geval op dit moment, en staten zetten hun economische macht steeds vaker in om politieke doelen te bereiken. Dat maakt Nederland kwetsbaar, zowel economisch als geopolitiek.
De prijzen van olie en gas zijn volatiel. Een verstoring van de aanvoer kan al snel tot veel hogere prijzen op de markt leiden. Zie de start van de oorlog in Oekraïne en het Amerikaans-Israëlische conflict met Iran.
De productie van elektriciteit op land en vooral op de Noordzee zorgt voor een grotere onafhankelijkheid van import. Weliswaar blijft import nodig, want we verbruiken in Noordwest-Europa met onze hoge bevolkingsdichtheid, levensstandaard en industrie nu eenmaal meer energie dan we in deze regio duurzaam kunnen opwekken. Maar door zelf meer hernieuwbare energie te produceren en de import te spreiden over landen in verschillende werelddelen, kunnen we die afhankelijkheid verminderen. Een derde van alle nu geplande windparken op het Nederlandse deel van de Noordzee landt aan op de Maasvlakte. Dat is tevens een uitgelezen plek om een deel van die elektriciteit om te zetten in groene waterstof.
Strategische autonomie is de laatste jaren steeds relevanter geworden, maar is nog onvoldoende vertaald naar een concrete aanpak. Het in hoog tempo aanleggen van windparken op de Noordzee is daarin een belangrijke stap.
De haven als economische springplank
In de vierde plaats is de energietransitie belangrijk voor ons verdienvermogen en onze welvaart. De transitie vergt de ontwikkeling van allerlei nieuwe technologieën en is een grote stimulans voor innovatie. Daarmee levert de transitie een belangrijke bijdrage aan het verdienvermogen van de toekomst. De transitie is immers onvermijdelijk, wil de wereld niet afstevenen op een dramatische stijging van de temperatuur van 3 of 4 graden. En dan loont het om internationaal succesvolle ‘kampioenen’ in deze nieuwe economische sector te hebben. Die komen er niet vanzelf. Het creëren van een Europese thuismarkt door stimulering van de vraag naar duurzame producten en gericht innovatiebeleid is daarvoor een voorwaarde.
Dertien procent van alle in de Europese Unie verbruikte energie passeert de Rotterdamse haven. Het is daarmee een echte energiehaven, met veel opslagtanks, raffinaderijen, energie-intensieve industrie en infrastructuur zoals pijpleidingen die de haven verbindt met regio’s elders in Noordwest-Europa. De Rotterdamse haven en industrie zorgen nu voor circa 182.000 arbeidsplaatsen (direct en indirect in Rotterdam-Rijnmond) en een toegevoegde waarde van 23,3 miljard euro, 2,2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is de moeite waard om te continueren.
Investeren of verliezen
Tot slot levert de energietransitie een sterker investeringsklimaat op. Het begint met creëren van de randvoorwaarden voor investeringen in de energie- en grondstoffentransitie. Denk aan verzwaring van het elektriciteitsnet, aanjagen van wind op zee, pijpleidingen voor waterstof en CO2, ook naar omringende landen. Zo biedt het CO₂-opslagproject Porthos een aantal bedrijven de zekerheid dat ze vijftien jaar tegen een vast tarief een bepaalde hoeveelheid CO2 kunnen opslaan. Maar naast infrastructuur is ook een lange termijn stimulerend en stabiel beleid nodig dat investeringen stimuleert, met een wortel én een stok.
Dat betekent niet dat we de ‘fossiele’ industrie moeten verjagen, want dan verplaatst op fossiel gebaseerde productie zich naar locaties elders in de wereld. Daarmee verliezen we economische activiteit en vergroten we onze afhankelijkheid, terwijl het klimaat er niets mee opschiet. Sterker nog, het leidt waarschijnlijk tot extra emissie van broeikasgassen, omdat er buiten Europa geen emissiehandelssysteem (ETS) is en goederen vaak met minder strenge milieu- en klimaatregels geproduceerd worden. Bovendien leidt het transport van de producten die we dan gaan importeren in plaats van zelf produceren ook tot uitstoot. Juist de in Noordwest-Europa aanwezige infrastructuur en het hoge kennisniveau zijn een stimulans voor innovatie en verduurzaming. De transitie zal zich grotendeels ‘onder de motorkap’ afspelen: het zijn vaak dezelfde installaties, alleen verwerken ze geen fossiele maar koolstofarme grondstoffen.
Daarom is het effectiever om een klimaat te creëren waarin bedrijven ervoor kiezen hier te investeren in elektrificatie, productie van groene en blauwe waterstof, hernieuwbare brandstoffen en nieuwe circulaire technieken als pyrolyse, waarbij afval wordt omgezet in een grondstof voor de chemie. De bestaande Rotterdamse industrie en infrastructuur kunnen daarvoor functioneren als springplank. Maar de aanwezigheid van de bestaande industrie zorgt er niet per definitie voor dat investeringen in duurzame industrie ook hier plaatsvinden. Daarvoor is stimulerende en ondersteunende regelgeving van groot belang, zoals vraagcreatie. En er moet binnen de Europese Unie een gelijk speelveld zijn.
Een economisch gezonder Nederland
Redenen genoeg dus om door te gaan met het aanjagen van investeringen in nieuwe, duurzame technologieën en de ombouw van de bestaande industrie. Zoals Jean-Baptiste Fressoz in zijn boek More and more and more beargumenteert is de huidige energietransitie complexer dan alle voorgaande. In het verleden betekende ‘de transitie’ vooral dat er een nieuwe energiebron bij kwam, niet dat de vraag naar het bestaande afnam. Het mondiale verbruik van energie en grondstoffen is de afgelopen twee eeuwen enorm toegenomen. Zo zorgde de overgang van ‘hout’ naar ‘kolen’ vooral voor een explosieve vraag naar hout voor de mijnbouw. En wereldwijd wordt nu meer hout verstookt dan ooit. Voor steenkool geldt dat ondanks de ‘transitie’ van kolen naar olie en gas we mondiaal nu meer kolen verbruiken dan in het verleden.
Bovendien zorgt de huidige energietransitie opnieuw voor een grote vraag naar grondstoffen. Denk alleen al aan het staal en koper dat nodig is voor windturbines en verzwaring van het elektriciteitsnet. Voor het delven van kolen en ertsen zijn veel brandstoffen nodig. Die zijn nu nog vrijwel allemaal fossiel. Hetzelfde geldt voor het transport ervan. Staal maken we nog steeds bijna alleen in hoogovens die met kolen gestookt worden. De ontwikkeling van een energiesysteem dat draait op hernieuwbare bronnen is daarmee in hoge mate afhankelijk van fossiele energie.
De transitie waar we net aan begonnen zijn is hierdoor extra complex. Hernieuwbare energie moet niet als extra bron bovenop kolen, olie en gas gebruikt worden. Er is pas echt sprake van een energietransitie wanneer hernieuwbare energie de bestaande fossiele bronnen vervangt, zoals nu elektriciteit uit wind en zon steeds meer de stroom van kolen- en gascentrales verdringt. En alles wat daarvoor aan windturbines, zonnepanelen, opslagsystemen, bioraffinaderijen, synthetische brandstoffabrieken, electrolysers, kabels, pijpleidingen, elektrisch transport en equipment gemaakt moet worden, moet ook zoveel mogelijk CO2-neutraal en circulair zijn.
Het is mega-complex, mega-uitdagend en mega-interessant. En het gaat ons enorm veel opleveren. Een beter leefklimaat, minder afhankelijkheid van andere landen. En naarmate we meer vaart maken een groter verdienvermogen in de toekomst en daarmee ook een economisch gezonder Nederland.
Nederland heeft een rijke traditie in het aanpakken van grote en complexe uitdagingen zoals de bekende strijd tegen overstromingen en het scheppen van nieuw land uit de zee. Het heeft ons veel opgeleverd: niet alleen een veilige leefomgeving en welvaart, maar ook kennis, technologie en bedrijven die wereldwijd actief zijn in deze markt. Niets mag ons tegenhouden om dat ook in de energietransitie te ambiëren.
Boudewijn Siemons is CEO van het Havenbedrijf Rotterdam
Dit essay is onderdeel van 'De waarde van de energietransitie', een essaybundel op initiatief van TenneT waarin een dozijn opinieleiders reflecteert op wat de energietransitie ons werkelijk oplevert. De bundel biedt een caleidoscopisch beeld van economische, geopolitieke en maatschappelijke waarde, en van de kloof tussen ambitie en uitvoering. Je kunt hier complete bundel als pdf doorbladeren.

Reacties ()