Explainer: komen er nieuwe kerncentrales in Nederland?
Het kabinet wil eind dit jaar een locatie kiezen voor twee nieuwe grote kerncentrales. Begin juli debatteerde de Tweede Kamer erover. Wat wil het kabinet precies? Wat zijn de voor- en nadelen van kernenergie? Welke obstakels moeten worden overwonnen? En hoe ziet de planning eruit?
Waarom wil het kabinet kerncentrales bouwen?
Het kabinet ziet kernenergie als CO2-vrij en regelbaar vermogen dat de leveringszekerheid versterkt in een elektriciteitssysteem dat steeds meer afhankelijk wordt van het fluctuerende aanbod van wind- en zonne-energie. Kerncentrales leveren stroom als de zon niet schijnt en als het niet waait. Ze dragen bij aan de stabiliteit van het hoogspanningsnet en verminderen de afhankelijkheid van energie-import. Daarnaast is het ruimtebeslag per opgewekte kilowattuur klein vergeleken met wind- en zonneparken.
In het coalitieakkoord is afgesproken ten minste vier nieuwe kerncentrales te bouwen. De afspraak is om 7 gigawatt aan nucleair vermogen te hebben in 2050. Ter vergelijking: op een gemiddelde dag bedraagt de piekvraag in Nederland circa 19 gigawatt. Volgens Tennet groeit dat in 2030 naar 27 gigawatt. Als het lukt om kerncentrales neer te zetten met een totaal vermogen van 7 gigawatt, dan zouden die dus ongeveer een kwart van de gevraagde elektriciteit kunnen leveren.
Hoe staat het met het draagvlak onder de Nederlandse bevolking?
Na de kernramp in Tsjernobyl in 1986 verdween nieuwbouw van kerncentrales voor lange tijd van de Nederlandse agenda. De kerncentrale in Dodewaard sloot in 1997, alleen Borssele bleef in bedrijf. Rond 2018 begon de publieke opinie te kantelen. In het opiniepanel van EenVandaag steeg het aandeel voorstanders van het opwekken van kernenergie van circa 50 procent naar 60 procent. Onderzoek van Ipsos liet in februari 2022 zien dat 44 procent van de Nederlanders voorstander was van kerncentrales in Nederland, 33 procent was neutraal en 23 procent was tegen.
Landelijk draagvlak is echter iets anders dan lokaal draagvlak. In Zeeland staan bestuurders overwegend positief tegenover nieuwbouw. In Groningen ligt dat anders: daar leeft breed verzet tegen de mogelijkheid van een nieuwe kerncentrale in de Eemshaven.
Wat zijn de voor- en nadelen van kernenergie?
Voorstanders wijzen op de constante en regelbare productie, de bijdrage aan systeemstabiliteit, het kleine ruimtebeslag en de strategische onafhankelijkheid (er is geen aardgas nodig om stroom op te wekken). Tegenstanders wijzen op de kosten en de doorlooptijd: de bouw van twee grote centrales wordt geraamd op 20 tot 30 miljard euro en de centrales draaien op zijn vroegst rond 2040. Voor hoogradioactief afval bestaat nog geen permanente eindberging; een besluit daarover is voorzien rond 2050. Daarnaast speelt een systeemvraag: omdat kerncentrales zo duur zijn, renderen ze alleen als ze vrijwel altijd op vol vermogen kunnen draaien. Dat botst in een energiesysteem met veel zon en wind, want dat vraagt juist om centrales die bijspringen als het niet waait of als de zon niet schijnt.
Hoe zien de plannen van het kabinet eruit?
De Routekaart 7 GW kernenergie werkt langs vier sporen. Het eerste spoor omvat de bouw van de eerste twee grootschalige centrales en de verlenging van bestaande centrale in Borssele na 2033. Het tweede spoor gaat over verdere opschaling met een derde en vierde centrale, eventueel in de vorm van seriegeschakelde kleine modulaire reactoren (Small Modular Reactors, ofwel SMR's). Het derde spoor ondersteunt private SMR-initiatieven voor de industrie, voor zowel elektriciteit als industriële warmte. Het vierde spoor richt zich op nucleaire innovatie en kennisopbouw.
Voor de eerste twee centrales uit het eerste spoor loopt een formele projectprocedure. Er kwamen vier locaties in aanmerking: Borssele en Terneuzen in Zeeland, de Eemshaven in Groningen en de Maasvlakte bij Rotterdam. Borssele gold lang als voorkeurslocatie, maar uit technische studies blijkt dat het beschikbare terrein in het Sloegebied aanpassingen vergt en fysiek weinig ruimte biedt, mede door veiligheidsafstanden tot bestaande gas- en waterstofinfrastructuur. De Tweede Maasvlakte is ook afgevallen, vanwege complexe bodemgesteldheid en stikstofproblematiek. Bovendien is het al erg druk in de Rotterdamse haven.
Het Rijk heeft een voorkeursrecht gevestigd op grond in de Eemshaven en nabij Terneuzen om grondspeculatie te voorkomen. Uit het Klimaatfonds is 13,5 miljard euro gereserveerd voor kernenergie. Het kabinet kiest in de eerste fase voor volledige publieke financiering omdat private partijen de risico's vooralsnog te groot vinden.
Hoe past dat in een energiesysteem met veel windparken op zee en zonnepanelen op daken?
Dat is de kernvraag onder het dossier. Netbeheerder TenneT rekende begin dit jaar door of de eerste twee centrales, samen 3,2 gigawatt, inpasbaar zijn in het hoogspanningsnet. In de doorrekening draaien de kerncentrales ruim 78 procent van de tijd op vol vermogen. Ze schakelen naar een lagere versnelling bij langdurig lage stroomprijzen, op momenten dat wind en zon volop produceren. Op locaties als Zeeland en de Maasvlakte concurreren kerncentrales om schaarse ruimte. De aanlanding van wind op zee vraagt om grote transformatorstations aan de kust en bovendien om een aansluiting op het hoogspanningsnet. Daar past niet altijd een grote kerncentrale naast.
TNO vergeleek in opdracht van het ministerie de systeemkosten van een energiemix met en zonder kernenergie. Volgens die analyse, gepubliceerd bij de voortgangsbrief van oktober 2025, zijn beide systemen op nationaal niveau ongeveer even duur: kernenergie bespaart op opslag en back-upvermogen, maar kost meer in de bouw. De vraag welke energievorm bij schaarse netcapaciteit voorrang krijgt, beantwoordt die kostenvergelijking niet.
Waar ging het commissiedebat begin juli over?
Op 2 juli debatteerde de Tweede Kamer met het kabinet over de kernenergieplannen. Het debat concentreerde zich op de locatiekeuze en het regionale draagvlak, met Groningen als brandpunt. Kamerleden vroegen om openheid over de onderbouwing van de plannen; staatssecretaris Jo-Annes de Bat heeft toegezegd alle correspondentie met TenneT over de inpassingsstudies uiterlijk 1 oktober aan de Kamer te sturen.
Wat zijn de grootste bottlenecks?
Drie structurele knelpunten bepalen het tempo. Het eerste is de vraagontwikkeling. TenneT rekent met een scenario waarin de elektriciteitsvraag richting 2030 en 2040 fors groeit. Vrijwel alle locaties zijn alleen inpasbaar als die vraaggroei werkelijkheid wordt. Stijgt de vraag niet, of veel minder snel, dan dreigt afschakeling van productie, van windparken én kerncentrales. Als het aanbod stijgt, maar de vraag achterblijft, dan zit Nederland met dure stroom.
Het tweede knelpunt is de financiering. Tegenover de 13,5 miljard euro uit het Klimaatfonds staat een geraamde bouwsom van 20 tot 30 miljard. Ook de netkosten zullen stijgen. Als het net op een bepaalde verbinding vol dreigt te raken, dan moet TenneT ingrijpen met een zogenoemde 'redispatch'. Dat houdt in dat de netbeheerder de ene centrale een vergoeding betaalt om minder te produceren en een andere, elders op het net, om juist meer te leveren. Op deze manier neemt de stroom een andere route en wordt de overbelaste verbinding ontzien. Die ingreep kost geld, jaar op jaar, en kan volgens TenneT oplopen tot tientallen of honderden miljoenen euro's per verbinding. Een structureel alternatief is netverzwaring. Maar een nieuw hoogspanningsstation kost 800 miljoen tot ruim 1 miljard euro (en veel tijd om te bouwen).
Het derde knelpunt is de netinpassing zelf. Een centrale die vrijwel altijd draait, moet een plek krijgen in een net dat steeds vaker vol zit met weersafhankelijke productie. Waar dat botst, moet iemand wijken.
Wat is de volgende stap?
Na het zomerreces versnelt het proces. In september verschijnen de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem, waarin kernenergie integraal wordt afgewogen tegen andere energiebronnen. Ook komt er een aanvullende concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de locaties. Op 1 oktober ontvangt de Kamer de correspondentie met TenneT. Eind dit jaar volgt de definitieve locatiekeuze voor de eerste twee centrales, samen met een gedetailleerd stappenplan voor de Routekaart.
In de eerste helft van 2027 publiceert het kabinet de ontwerp-Voorkeursbeslissing, waarna zienswijzen kunnen worden ingediend. Wanneer de eerste centrale draait? De eerste centrale wordt op zijn vroegst rond 2040 verwacht, maar niemand durft er zijn hand voor in het vuur te steken.
Luister naar de wekelijkse podcast van Studio Schumpeter
Reacties ()