Wind op land is de oplossing voor netcongestie en woningbouw
Windenergie op land is al jaren de Kop van Jut van de energietransitie. Felle weerstand heeft de bouw van windmolens op land vertraagd. Dat moet snel veranderen. De noden van woningbouw, bedrijven, transport, netcongestie en een internationale energiecrisis zijn simpelweg te groot om oplossingen op de plank te laten liggen. Een pleidooi voor méér wind op land.
In 2025 kwam 14% van onze elektriciteit van wind op land. Er staan in Nederland ongeveer 3500 windturbines opgesteld, inclusief kleine molens op het boerenerf, en er is nog ruimte voor verdere uitbouw. Kijk eens rond op de website Windstats: Nederland staat eerder ‘leeg’ met windturbines dan vol.
Wind op land is belangrijk want, in tegenstelling tot windenergie op zee, biedt wind op land soelaas bij netcongestie en woningnood. Toch komen er momenteel nauwelijks windturbines bij en in 2026 dreigt het opgesteld vermogen zelfs te dalen: er worden meer oude turbines gesaneerd dan nieuwe gebouwd. Hoe is dat mogelijk in tijden van een ‘polycrisis’, als we meer schone energie van eigen bodem zo hard nodig hebben?
Verzet, emotie en politieke exploitatie
Windenergie heeft een pr-probleem. Dat was bijna onvermijdelijk, want windturbines ontwikkelden zich al snel tot torenhoge objecten die vooral in het open landschap verrezen. Windenergie is dus vooral erg zichtbaar, en dan zijn de nadelen dat ook. Ze maken geluid, veroorzaken slagschaduw, doden vogels en vleermuizen, en er is iets met klimaatverandering en subsidie.
Zo kregen windturbines een symboolfunctie voor allerlei onderwerpen, grieven en zorgen die mensen bezighouden. De anti-klimaatbeleidbubbel, ‘afgehaakt Nederland’ en mensen die windenergie simpelweg niet in hun buurt willen, vinden met name bij populistische politici gehoor. Zij kunnen ophef goed gebruiken om hun electoraat te bedienen.
Het verzet wordt gevoerd met grote spandoeken, met busladingen aangevoerde omwonenden, veel emotie, professionele onruststokers en artsen die wapperen met hun witte jas. Kinderen van betrokkenen worden op school gepest, grondeigenaren worden soms bedreigd. Tegen die dynamiek in een vergunning verlenen aan een windproject is niet iedere bestuurder gegeven. Sterker nog: er bestaan voorbeelden van lokale partijen die een eclatant succes behaalden in de gemeenteraadsverkiezingen met de slogan ‘Geen AZC, Geen windturbines, Geen betaald parkeren’.
Waar zijn de voorstanders?
De voorstanders van méér wind op land zijn nauwelijks zichtbaar op het strijdtoneel van het publieke debat, zoveel is wel duidelijk. In het discours hebben tegenstanders al jaren de overhand. Projectontwikkelaars, energiecoöperaties, welwillende politici en andere voorstanders hebben het veel lastiger: zij kunnen zich geen ongenuanceerde standpunten en taalgebruik veroorloven, ze proberen immers een project van de grond te krijgen en daarvoor is bestuurlijke medewerking vereist. De klimaatbeweging wil weliswaar klimaatbeleid, maar deinst ervoor terug mensen tegen zich in het harnas te jagen als dat beleid lokaal handen en voeten moet krijgen.
Tegenstanders zijn tégen en doen dat met emotie. Lekker vet, lekker fel. De genuanceerde omzichtigheid van voorstanders steekt daar flets bij af. Drie keer raden hoe dat uitpakt in de journalistiek, wiens taak het is de macht te controleren… Het levert artikelen op over het verzet van eenvoudige bewoners tegen ‘megalomane plannen die ons door de strot worden geduwd’.
Het gevolg: scheve polarisatie
Door deze scheve dynamiek verloopt het proces van polarisatie niet goed en dat is jammer. Want polarisatie kan nuttig zijn. Voor- en tegenstanders zetten zich tegen elkaar af om zo hun verhaal te vertellen en het ‘stille midden’ te overtuigen. Zijdelings betrokken zijn de ‘beroepsneutralen’, partijen die onafhankelijk informatie kunnen aandragen en belangen moeten afwegen: wetenschappelijke instituten, de rechterlijke macht en bestuurders.
De voor- en tegenpolen hebben elkaar dus nodig. Laten de voorstanders het afweten, dan gaan tegenstanders op zoek naar andere partijen om zich tegen af te zetten. Ze krijgen de neiging om de beroepsneutralen (de wethouder, de GGD, de provincie) in de rol van voorstander te duwen. Ze worden dan bijvoorbeeld beschuldigd van het veroorzaken van gezondheidsschade door medewerking aan windmolens te verlenen.
Bestuurders kunnen hierdoor hun neutrale rol niet meer goed vervullen en komen voor een keuze te staan. Blijven ze een project steunen ten koste van veel politiek kapitaal en gezag of bewegen ze mee met de druk van tegenstanders? Dat is een compleet andere afweging dan de formele: worden de belangen van omwonenden en omgeving goed afgewogen tegen het algemeen belang van een schone, betaalbare energievoorziening?
Voorstanders van windenergie op land zouden de beroepsneutralen juist uit de wind moeten houden, zodat hun rol intact blijft. Polarisatie is alleen nuttig als voor- en tegenstanders een gelijkwaardige rol spelen om het stille midden in beweging te brengen.
Maar die gezondheidsclaims dan?
Het spook van gezondheidsschade hangt boven het maatschappelijk debat en dat schrikt sommige voorstanders misschien af. Dat windenergie op land overlast kan veroorzaken, staat niet ter discussie. Of dat ook leidt tot gezondheidsschade? Het lijkt onwaarschijnlijk. Wetenschappelijke studies vinden geen duidelijke relaties met gezondheidseffecten, behalve ‘hinder’. Er is geen eenduidige relatie met ‘slaapverstoring’ en er wordt überhaupt geen relatie gevonden met andere gezondheidsproblemen, terwijl er wel druk naar wordt gezocht. Lees hier wat het RIVM over windenergie en gezondheid zegt.
Toch maakt de kleine kans dat een windpark omwonenden opzadelt met gezondheidseffecten het spannend om vóór te zijn. Bedenk dan wel dat energie opwekken nooit zonder nadelige gevolgen of risico’s is. En terwijl het heel moeilijk is om te bewijzen dat windenergie géén gevolgen heeft voor de gezondheid (omgekeerde bewijslast), brengt fossiele energie ons wél bewezen gezondheidsschade toe, nog los van de klimaatrisico’s. Bovendien helpt wind op land energiearmoede te verzachten, wat juist een positief gezondheidseffect oplevert.
Voorstanders, herpak je!
Voorstanders moeten hun plek in het debat opnieuw claimen. De huidige energiecrisis, ons aardgastekort, de gevolgen van de blokkade van de Straat van Hormuz, netcongestie én het ontbreken van landelijke milieunormen voor windenergie hebben een perfecte storm gecreëerd waarin moedige mensen kunnen opstaan om zich authentiek en onversneden uit te spreken vóór meer windenergie op land! Het doel is gerechtvaardigd, want wind op land draagt bij aan klimaatbeleid, het tegengaan van energiearmoede en meer rechtvaardigheid
En die boodschap mag best een beetje aangezet worden. Het kost me niet veel moeite een stevig standpunt te formuleren:
“De urgentie voor meer windenergie op land is nooit groter geweest dan nu. In veel regio’s is meer lokale opwek de enige manier om snel extra energie toe te voegen om nieuwbouw, bedrijfsverduurzaming en innovatie vlot te trekken. Elke windturbine die wordt gebouwd maakt nieuwe woningen mogelijk, helpt onze energieprijzen te dempen en maakt ons minder afhankelijk van de chanterende, corrupte regering Trump.
Mensen vrezen voor overlast en gezondheidsschade, maar de schade van het fossiele energiesysteem en een risico op een energietekort zijn duidelijk het grotere kwaad. Laten we de meest urgente crisis als eerste aanpakken: onze energiezekerheid. Wekken we eenmaal genoeg energie zelf op, dan kunnen we later weer afbreken waar we het meeste last van hebben.”
Mijn oproep: Houd lokale en provinciale ontwikkelingen in de gaten en meld je in het debat. Spreek in bij een raadsvergadering; stuur een ingezonden brief naar de krant; laat je niet kisten door felgele spandoeken en desinformatie. Wind op land verdient meer draagvlak.
Paul van Egmond
Windfluencer
Dit is een gastbijdrage aan Studio Schumpeter. Nog geen abonnee? Ontvang nieuws en duiding over energie, economie en klimaat rechtstreeks in je inbox.
Comments ()