'Warmtepomp en laadpaal prima te combineren op gewone stroomaansluiting'
De verduurzaming van woningen is in de meeste gevallen goed mogelijk zonder een zwaardere netaansluiting. Een overgang naar een 3-fasenaansluiting is voor de meeste huishoudens niet nodig. Dat stellen elektrotechnisch specialist Henry Lootens en warmtepomponderzoeker Nando Tolboom in een position paper dat zij vandaag publiceren.
Hun conclusie gaat in tegen een hardnekkig beeld in de installatiebranche, waar de 3-fasenaansluiting steeds vaker wordt gepresenteerd als de logische stap voor huishoudens die een warmtepomp, laadpaal en inductiekookplaat willen combineren.
Wat is het verschil?
Bij een 1-faseaansluiting, nog steeds de standaard in veel Nederlandse woningen, loopt al het elektrisch vermogen via één fase de woning binnen. Bij een 3-fasenaansluiting zijn dat er drie. Meer rijstroken, dus meer ruimte. Dat klinkt logisch, maar Lootens en Tolboom wijzen op een praktisch probleem: huishoudelijke apparaten maken nauwelijks gebruik van die extra ruimte. Een warmtepomp, een oven en een kookplaat draaien meestal op dezelfde fase. De andere blijven grotendeels onbenut, of leveren stroom terug aan het net. Het gevolg is 'scheefbelasting': één fase staat onder druk terwijl de andere twee weinig doen. Dat veroorzaakt spanningsverschillen en extra verliezen, niet alleen in de woning maar ook in de straat.
Het probleem is gelijktijdigheid, niet capaciteit
Volgens de twee experts wordt de discussie over 1-fase of 3-fase verkeerd gevoerd. Het werkelijke probleem is niet de omvang van de aansluiting, maar het gebrek aan regie over wat er tegelijk gebeurt. Een warmtepomp is op zichzelf zelden een probleem. Een laadpaal evenmin. De problemen ontstaan als beide tegelijk aanspringen, samen met de kookplaat en de droger. Wie dat wil oplossen met een grotere aansluiting zonder eerst te nadenken over volgorde en prioriteit, vergroot de capaciteit in de woning maar niet de kwaliteit van het systeem, aldus Lootens en Tolboom.
Voor vrijwel alle grondgebonden woningen met een gasverbruik onder de 1.400 kubieke meter per jaar is een warmtepomp op 1-fase technisch haalbaar, schrijven ze. De sleutel zit in timing: 's ochtends ruimte voor de warmtepomp, 's avonds voor de kookplaat, 's nachts voor de laadpaal.
Randvoorwaarden ontbreken
De kern van het probleem is niet zozeer technisch, maar vooral bestuurlijk. Consumenten krijgen keuzevrijheid zonder richting, installateurs leveren apparaatlogica in plaats van systeemlogica, en netbeheerders mogen de gevolgen in de straat oplossen. Lootens en Tolboom pleiten voor concrete randvoorwaarden. Ze presenteren drie stellingen als beleidssuggesties. In de eerste plaats zouden thuisbatterijen verboden moeten worden voor woningen die nog op gas zijn aangesloten. Ten tweede zouden gasaansluitingen niet gratis mogen worden verwijderd als er geen netvriendelijke warmteoplossing beschikbaar is. En tot slot zou de registratieplicht voor zonnepanelen en batterijen moeten worden uitgebreid naar laadpalen en warmtepompen, inclusief installatiegegevens.
De boodschap van het paper is compact samen te vatten: 3-fase is niet verkeerd, maar mag nooit de automatische oplossing worden voor een gebrek aan regie. Zolang niemand verantwoordelijk is voor het geheel, blijft de energietransitie een optelsom van individuele productbeslissingen die elkaar in de weg zitten. Lootens en Tolboom zien de meterkast daarom niet als eindpunt van de discussie, maar als beginpunt. De randvoorwaarden bepalen of de transitie slaagt, en die beginnen niet in Den Haag.
Reacties ()