De Iran-oorlog werpt ongemakkelijke vragen op over de energievoorziening
De blokkade van de Straat van Hormuz maakt pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar de energievoorziening van Europa is. Benzine is duur, kerosine dreigt schaars te worden en de vraag is of Nederland deze winter voldoende aardgas kan inkopen. Voor EW Magazine interviewde ik vijf experts over wat de Iran-oorlog betekent voor de energievoorziening op langere termijn. Die nieuwe realiteit confronteert de politiek en de samenleving met ongemakkelijke vragen die onder ogen moeten worden gezien.
1. Gas is voorlopig een blijvertje
Ondanks alle windparken, zonnedaken, warmtepompen en elektrische auto's is de Nederlandse energievoorziening nog altijd voor circa 80 procent afhankelijk van olie en gas. Voor Europa als geheel is de situatie niet veel anders. Die fossiele afhankelijkheid bouw je niet in een paar jaar af. Energiewetenschapper Anne-Sophie Corbeau legt uit waarom: "Elektriciteit is in hoge mate verduurzaamd dankzij waterkracht, kerncentrales, windmolens en zonnepanelen. Dat is wat mensen waarschijnlijk zien. Maar elektriciteit is in de Europese Unie maar goed voor 22 à 23 procent van de energievoorziening. We gebruiken nog veel olie en gas voor transport, verwarming, industrie en elektriciteitscentrales."
Om de gasbehoefte veilig te stellen, moet Europa meer gas uit Noorwegen importeren, vloeibaar gas (LNG) van meerdere leveranciers betrekken, de eigen winning zoveel mogelijk op peil houden, meer biogas uit mest produceren en de gasopslagen tijdig vullen om seizoensschommelingen op te vangen. Nederland zou het Groningen-gasveld als strategische reserve achter de hand moeten houden.
2. Energiebesparing: goedkoopste alternatief
Ondernemer Lars Boelen laat zien dat simpele ingrepen - kieren dichten, ventilatie inregelen, de cv-ketel op ecostand - het gasverbruik van een woning kunnen halveren. Dit zonder in te boeten op comfort. Sterker nog, een tochtvrij huis is juist comfortabeler, terwijl de energierekening lager is. De boodschap van Boelen aan de overheid: stop met ingewikkelde subsidieconstructies en zorg dat de hulp terechtkomt bij de mensen die dit het hardst nodig hebben.
3. Kolencentrales: behouden, ombouwen, uitfaseren
Kolencentrales moeten volgens de wet in 2030 sluiten, maar kunnen wel nog van dienst zijn. Directeur Dyonne Rietveld van Uniper pleit voor een gecontroleerde ombouw van kolencentrales naar biomassacentrales met CO₂-afvang. Het stroomnet heeft regelbaar vermogen nodig: centrales die ook opstarten als de zon niet schijnt en de wind niet waait.
Over de duurzaamheid van biomassa worden stevige discussies gevoerd. "Het is in elk geval duurzamer dan een kolencentrale telkens een jaar verlengen via noodwetgeving", reageert Rietveld. Volgens de Uniper-directeur is Nederland gebaat bij een tussenfase van 15 jaar, waarin de kolencentrales op biomassa gestookt worden. "Tegen 2045 kijk je opnieuw: hoeveel hernieuwbare energie is er dan, hoe staat het met energie-opslag?"
4. Kernenergie is onvermijdelijk
Het kabinet wil nieuwe kerncentrales bouwen. Dirk Rabelink van ULC-Energy pleit voor kleine modulaire reactoren bij industrieclusters. Door vraag en aanbod dicht bij elkaar te plaatsen, kunnen hoge investeringen in de stroominfrastructuur worden voorkomen. "Het energiesysteem kan niet worden ingericht op basis van technologie die volledig weersafhankelijk is", meent Rabelink.
Overheidsinvesteringen zijn noodzakelijk, ondanks de weerstand ertegen. "Financiële steun voor kernenergie levert altijd kritiek op, maar subsidies voor wind op zee, daar kraait geen haan naar", merkt Rabelink op. Een handicap voor kernenergie is verder dat de Europese regelgeving niet meewerkt. Kernenergie is weliswaar CO₂-vrij, maar telt onder de Europese Renewable Energy Directive niet mee als duurzame energie. Dat ongelijke speelveld moet worden rechtgezet, vindt Rabelink.
5. Waterstof: duur maar noodzakelijk
Ten slotte groene waterstof. De hooggespannen verwachtingen van een paar jaar geleden zijn bijgesteld naar realistische niveaus. TNO-expert Rene Peters ziet voor waterstof een rol als buffer voor de piekmomenten waarop windparken op de Noordzee meer stroom produceren dan het elektriciteitsnet aankan. "Als er vele gigawatts aan stroom aanlanden, dan past dat niet in het hoogspanningsnet van TenneT."
Dat kan worden opgelost door de stroom op de aanlandingslocaties om te zetten in groene waterstof. De logica is eenvoudig. Als het hard waait, wordt er meer windstroom opgewekt dan verbruikt. De stroomprijs wordt dan negatief, wat steeds vaker zal voorkomen als meer wind- en zonne-energie tegelijk beschikbaar is. Gaan we die stroom dan weggooien? "Negatieve stroomprijzen zijn slecht voor de businesscase van windparken, maar geweldig voor de businesscase van groene waterstof", zegt Peters.
Waterstofproductie op aanlandingslocaties kan het overschot aan windstroom absorberen. Voor waterstof zal dan veel vraag ontstaan. "Er zijn grote hoeveelheden waterstof nodig om de industrie te decarboniseren. Voor staal, chemie en kunstmest is dat onontbeerlijk", zegt Peters.
Lees hier het volledige artikel op de website van EW Magazine.
Welke van deze vijf aspecten zou jij prioriteit geven? Reageer hieronder 👇
Reacties ()