Blog week 5: Kabinet Jetten-1 is een welkome breuk met het verleden
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA ('Aan de slag') is meer dan een nieuw regeerakkoord. Na jaren van politieke polarisatie - ook op het gebied van energie en klimaat - markeert het akkoord tussen Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz en Henri Bontenbal de overgang naar een nieuwe politieke cultuur. Een cultuur van samenwerking en vooruitgang, in plaats van vliegen afvangen en stilstand.
De eerste reacties zijn overwegend positief. De energietransitie wordt vlotgetrokken met stikstofmaatregelen, miljarden aan sde++ subsidies en de Crisiswet Netcongestie. Tegelijkertijd worden de energiekosten voor de industrie verlaagd, zodat het speelveld met omringende landen weer (enigszins) gelijk wordt getrokken.
Inhoudelijk zijn het allemaal logische en goede maatregelen. Maar ik zie de nieuwe cultuur van samenwerking - compromissen sluiten en elkaar wat gunnen - toch als belangrijkste verworvenheid van deze nieuw coalitie. Dat klinkt ook door in de energie- en klimaatparagraaf. Een paar voorbeelden:
1. Op naar een brede energiemix
Lange tijd was de energiediscussie gepolariseerd: mensen zijn bent voor windenergie óf kernenergie, aardgas óf biomassa, elektriciteit óf groene waterstof. Dit akkoord laat die discussie definitief achter zich. Het kabinet kiest - heel verstandig - voor een en-en-strategie: de ambitie voor wind op zee wordt geprikt op 40 gigawatt in 2040, terwijl er tegelijkertijd wordt doorgewerkt aan de bouw van vier nieuwe kerncentrales. Het betere is niet langer de vijand van het goede.
Ook waterstof blijft op de agenda, want ondanks de voordelen van elektrificatie zullen er altijd duurzame moleculen nodig zijn. En hoewel aardgas de sluitpost is van de energievoorziening, hebben we het voorlopig nog wel nodig, dus wordt er geïnvesteerd in gaswinning op de Noordzee. Heel verstandig. Energiebronnen zijn ontdaan van hun ideologie. Een betrouwbare energievoorziening bestaat uit een brede mix van bronnen.
2. Klimaatbeleid is economisch beleid en geopolitiek beleid
Waar klimaatbeleid in het verleden vaak werd gepresenteerd als morele opgave om klimaatverandering tegen te gaan, is de energietransitie in dit akkoord vooral een economische visie en een geopolitieke strategie.
Natuurlijk, verduurzaming beperkt klimaatverandering en zorgt voor een schone leefomgeving, heel belangrijk, maar ook hier wordt ideologie gekoppeld aan pragmatisme. De energietransitie is essentieel voor de strategische autonomie. Door te verduurzamen wordt Nederland minder afhankelijk van autocratische regimes. De energietransitie krijgt daarmee een sterk geopolitiek karakter.
Om te voorkomen dat we ook afhankelijk worden van een handvol landen voor de levering van kritieke grondstoffen, versterkt de coalitie het Nationaal Programma Circulaire Economie.
3. Het einde van nationaal optoppen
Nederland had de gewoonte om bovenop Europese richtlijnen eigen nationale heffingen en extra strenge eisen te stapelen. De afgelopen jaren hebben laten zien dat dat beleid averechts uitpakt. Dit akkoord verlaat die aanpak. Terecht.
Het kabinet kiest primair voor aansluiting bij de Europese regelgeving en richtlijnen om de concurrentiekracht van de Nederlandse industrie te beschermen. De nationale CO2-heffing verdwijnt definitiegf en en er komt een 'buurlandentoets' om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven op achterstand raken ten opzichte van omringende landen.
4. Van procedurele traagheid naar centrale regie
De meest concrete breuk is de erkenning dat de overheid te complex is geworden. Om netcongestie en het woningtekort op te lossen, stapt het kabinet af van vrijblijvend overleg met alle bestuurslagen. Er komt centrale regie in de ruimtelijke ordening en een Crisiswet Netcongestie om procedures te versnellen. De overheid grijpt in als projecten stagneren.
Conclusie: Dit akkoord vertegenwoordigt een kentering in de Nederlandse (energie- en klimaat)politiek. Weg van verlammende polarisatie en ideologische stellingnames, naar pragmatische keuzes en Europese samenwerking. Nu de papieren beloftes er liggen, begint het echte werk: de uitvoering. En daar zal deze coalitie op worden afgerekend.