Blog week 3: Goedbedoeld energiebeleid en averechtse effecten

Blog week 3: Goedbedoeld energiebeleid en averechtse effecten

Afgelopen week kwam Copernicus ECMWF, de Europese klimaatdienst, met opvallende cijfers: 2025 was wereldwijd het op twee na warmste jaar sinds het begin van de metingen, die rond 1880 begonnen. De temperatuur lag 1,47 graden boven het pre-industriële niveau. Maar het opmerkelijke zit 'm niet zozeer in de hoogte van die temperatuur, als wel in het tempo waarmee de opwarming zich voltrekt.

Want 2025 was een La Niña-jaar – een natuurlijk patroon dat juist voor afkoeling zou moeten zorgen. Toch was het bijna net zo warm als 2023, dat wél een opwarmend El Niño-jaar was. Berkeley Earth, een Amerikaans onderzoeksinstituut, spreekt van een warming spike: de opwarming versnelt, en het lineaire patroon van de afgelopen vijftig jaar lijkt doorbroken.

Een van de verrassende verklaringen? Schonere lucht. Decennialang hebben zwavelhoudende deeltjes uit industriële uitstoot een deel van het zonlicht teruggekaatst de ruimte in. Nu we die vervuiling steeds succesvoller terugdringen, valt dat verkoelende effect weg. The Economist vat het in dit stuk treffend samen: "Cleaner skies are, thankfully for our lungs, here to stay." Maar die schone lucht versnelt dus helaas wel de opwarming.

Het is een ongemakkelijke paradox: beleid met goede bedoelingen kan onbedoelde neveneffecten hebben. En dat fenomeen zie je vaker in de energietransitie.

De rol van aardgas: een pragmatische paradox

Neem het gebruik van aardgas. Ja, het is een fossiele brandstof die CO₂-uitstoot veroorzaakt. Maar van alle fossiele brandstoffen is aardgas wel de schoonste – het stoot minder CO₂ uit dan steenkool of aardolie, en produceert bij verbranding veel minder fijnstof of zwaveloxide. Bij het uitfaseren van fossiele brandstoffen moet de prioriteit dus liggen bij 1) steenkool, 2) olie en 3) aardgas.

Een ban op aardgas zou een slechte zaak zijn, omdat miljoenen huishoudens er nog afhankelijk van zijn voor verwarming. Maar gas blijft ook nog even een cruciale rol spelen in de elektriciteitssector. Des te groter het aandeel zonne- en windenergie in de mix, des te groter de behoefte aan flexibele back-up. Batterijen worden steeds belangrijker, maar als we geen gascentrales achter de hand houden, lopen we het risico met blackouts te maken te krijgen.

Nederland blijft kortom voorlopig afhankelijk van gas: ongeveer een derde van ons primaire energieverbruik komt nog altijd uit aardgas. Vrijdag tekenden minister Sophie Hermans (van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei), branchevereniging Element NL en staatsbedrijf Energie Beheer Nederland een aanvulling op het Sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie. Het akkoord maakt afspraken over gaswinning uit kleine velden op land. (lees hier meer)

De kern van het akkoord is dat zolang Nederland aardgas nodig heeft, binnenlandse winning de voorkeur heeft boven import. Gas uit eigen bodem heeft immers een kleinere klimaatvoetafdruk dan geïmporteerd LNG, dat vaak vervuilender wordt gewonnen en extra energie kost voor transport. Bovendien vermindert het onze geopolitieke afhankelijkheid – een les die de oorlog in Oekraïne pijnlijk duidelijk maakt. We willen niet alleen geen Russisch gas meer importeren, maar ook minder afhankelijk worden van Amerikaans LNG.

Het akkoord bevat een opvallende afspraak: regio's waar gaswinning plaatsvindt, ontvangen voortaan 5 procent van de winst. Dit moet draagvlak vergroten – iets wat na de ervaringen in Groningen hard nodig is. Toch blijkt dat percentage nu al onderwerp van debat. Friesland, waar substantiële gaswinning plaatsvindt, wil een groter deel van de opbrengsten. CDA-gedeputeerde Friso Douwstra wil liever helemaal geen gaswinning meer, maar als het dan toch moet, dan eist hij, 'gezien de impact van de mijnbouw op de leefomgeving, 33 procent van de winst op. Douwstra hoopt dat de Tweede Kamer ingrijpt op dit punt, schrijft de NOS.

Het illustreert hoe lastig het is om draagvlak te organiseren – zelfs wanneer batendelingen worden afgesproken. Maar ongebruikelijk is het niet. President Trump wil Venezolaanse olie-inkomsten deels teruggeven aan de bevolking. In een blog verkent energie-expert Noé van Hulst deze week de mogelijkheden. Alaska en Guyana hebben er ervaring mee. Suriname heeft ook plannen. De conclusie van Van Hulst: het uitdelen van oliedollars kan de welvaart versterken, de inkomensongelijkheid aanpakken en de politieke steun voor hervormingen vergroten. Lees hier het blog.

Duitse spijt: de kernuitstap als waarschuwing

Terug naar de paradox van goedbedoeld beleid dat averechts uitpakt. Bondskanselier Friedrich Merz noemde de Duitse Atomausstieg deze week een 'strategische fout'. Duitsland besloot na de kernramp in Fukushima (2011) al zijn kerncentrales te sluiten, met als doel een volledig duurzame energievoorziening. Maar de transitie verliep stroever dan verwacht. Het land werd afhankelijker van Russisch gas – met alle geopolitieke kwetsbaarheid van dien – en moest noodgedwongen kolencentrales langer open houden, wat de CO₂-uitstoot juist verhoogde.

Merz' spijt onderstreept een belangrijke les: energiesystemen zijn groot en complex. Beslissingen die op het eerste gezicht logisch lijken, kunnen in de praktijk leiden tot onbedoelde negatieve effecten. De energietransitie is weerbarstig en tijdrovend, en gaat met ups en downs.

Al deze voorbeelden – de versnelde opwarming door schonere lucht, de rol van aardgas in de transitie, de discussie over winstdeling en de Duitse kernuitstap – laten zien dat de energietransitie geen simpel en eenduidig verhaal is. Soms botsen korte- en langetermijndoelen, soms hebben goede maatregelen ongewenste bijeffecten, en soms blijkt achteraf dat keuzes anders hadden gemoeten.

De uitdaging is om realistisch te blijven zonder het einddoel uit het oog te verliezen. Schone lucht is goed, ook al versnelt het tijdelijk de opwarming. Binnenlands aardgas is beter dan vervuilende import, ook al blijft het fossiel. En kerncentrales sluiten kan een begrijpelijke reactie zijn op een ramp, maar als ook andere bronnen (Russisch gas) plots wegvallen, heeft dat grote gevolgen voor de energiezekerheid en de betaalbaarheid.

De complexe werkelijkheid vraagt om een idealistische visie, maar wel gecombineerd met een pragmatische uitvoering.